ECLI:NL:RBAMS:2022:885
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging noodopvang wegens onvoldoende medewerking
Verzoekster verblijft sinds november 2020 met haar twee minderjarige kinderen in de noodopvang van de gemeente Amsterdam. Het college van B&W heeft per 14 januari 2022 bepaald dat zij de noodopvang moet verlaten wegens onvoldoende medewerking aan uitstroom en het niet naleven van voorwaarden, waaronder het opstellen van een plan van aanpak en het actief zoeken naar woonruimte.
Verzoekster betoogt dat er geen wettelijke grondslag is voor beëindiging van de noodopvang, dat zij door psychische overbelasting niet in staat was aan voorwaarden te voldoen en dat beëindiging leidt tot onrechtmatige inbreuk op haar gezinsleven. Zij overlegt medische en sociale rapportages ter onderbouwing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat noodopvang een algemene voorziening is waarop gemeenten voorwaarden mogen stellen. Verzoekster heeft de maximale opvangduur ruim overschreden en onvoldoende inspanningen geleverd om aan de voorwaarden te voldoen. Medische stukken tonen geen zodanige beperkingen dat sprake is van overmacht of onzelfredzaamheid. Ook is geen strijd met EVRM of IVRK vastgesteld. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen, zodat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de noodopvang wordt afgewezen.