De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 februari 2023 het verzoek tot overlevering van een Poolse onderdaan op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. Het EAB betreft ernstige strafbare feiten waaronder seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, die volgens de Poolse wetgeving bestraft worden met een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen en dat de strafbare feiten onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet vallen, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft voor de ernstige feiten. Voor het feit van niet betalen van kinderalimentatie, waarvoor een lagere straf staat en dat niet als lijstfeit is aangemerkt, concludeerde de rechtbank dat dit feit niet strafbaar is onder Nederlands recht. Desondanks weigerde de rechtbank niet de overlevering op dit punt omdat het feit geen raakvlakken met de Nederlandse rechtsorde heeft en de overige feiten toelaatbaar zijn.
De verdediging verzocht om gelijkstelling met een Nederlander om de opgelegde straf in Nederland te kunnen ondergaan, maar de rechtbank volgde het negatieve advies van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Ook werd geen concreet individueel gevaar voor schending van het recht op een eerlijk proces vastgesteld ondanks structurele gebreken in de Poolse rechtsorde.
Uiteindelijk besloot de rechtbank de overlevering toe te staan, waarmee het verzoek van de Poolse autoriteiten wordt gehonoreerd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.