Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:1191

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
13/330725-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 SrArt. 310 SrArt. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Frankrijk op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 februari 2023 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Frankrijk, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 15 november 2022. De opgeëiste persoon was aanwezig bij de zitting en werd bijgestaan door een raadsman en tolk. De identiteit van de opgeëiste persoon werd bevestigd.

Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van in totaal 34 maanden, waarvan nog ruim twee jaar resteert, opgelegd door de Franse rechterlijke instanties voor feiten waaronder oplichting en meerdere vormen van diefstal. De rechtbank stelde vast dat geen weigeringsgronden van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) van toepassing zijn en dat de strafbare feiten voldoen aan de vereisten van dubbele strafbaarheid.

De rechtbank nam tevens kennis van een garantie van de Franse autoriteiten dat de opgeëiste persoon niet in de detentie-instelling van Nîmes zal worden geplaatst, waar een reëel gevaar op onmenselijke behandeling bestaat, maar in een andere inrichting in Nancy. Hierdoor werd het bezwaar op grond van artikel 11 OLW Pro betreffende detentieomstandigheden weggenomen.

Gelet op het voldoen aan alle wettelijke vereisten en het ontbreken van beletselen voor overlevering, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/330725-22
RK nummer: 23/88
Datum uitspraak: 2 maart 2023
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 januari 2023 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 november 2022 door
the Regional Public Prosecutor at the Judicial Court of Nancy(Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1999,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 februari 2023. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. G.M. Kolman. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman S.H. Peute, waarnemend voor mr. J. Engels, advocaat te Venlo, en door een tolk in de Roemeense taal. De raadsman heeft geen verweren gevoerd.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
judgment delivered on 10 March 2021 by the Juvenile Court of Nancy(hierna: het vonnis) en een
decision of the Nancy Court of Appeals on 11 May 2020(hierna: het arrest).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van in totaal 34 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, vier maanden en twee dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis en arrest.
Dit vonnis en arrest betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Gelet op de informatie in het EAB en de aanvullende informatie van 14 februari 2023 gaat de rechtbank ervan uit dat
the Nancy Court of Appealsop 11 mei 2020 in die zaak als laatste instantie heeft geoordeeld over de schuld van de opgeëiste persoon en de opgelegde straf. Daarom zal de rechtbank dit proces in hoger beroep toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
Uit het EAB en de voornoemde aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij zowel het proces bij
the Juvenile Court of Nancyals bij het proces bij
the Nancy Court of Appeals. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is ten aanzien van beide procedures, die overigens elk betrekking hebben op verschillende feiten, dus niet aan de orde.

4.Strafbaarheid

4.1
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van twee van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit die strafbare feiten heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 20, te weten:
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
4.2
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
diefstal;
diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

5.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

De rechtbank heeft in eerdere uitspraken in andere zaken (onder andere ECLI:NL:RBAMS:2017:3763) geoordeeld dat er op dit moment ten aanzien van de detentie-instelling in Nîmes een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
Door de
Deputy Prosecutor at the Judicial Court of Nancyis bij e-mailbericht van 14 februari 2023 het volgende meegedeeld:
“We can assure you that [opgeëiste persoon] won’t be incarcerated in the prison facility of NÎMES, a city that is far from NANCY for about 700 kilometers. On his arrival, he will be lead to the Nancy’s house of arrest.”
Gelet op deze garantie is de rechtbank van oordeel dat het hiervoor omschreven reële gevaar van een onmenselijk of vernederende behandeling in de detentie-instelling in Nîmes voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Dit betekent dat de detentieomstandigheden in Nîmes geen beletsel voor de overlevering vormen.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 140, 310 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Public Prosecutor at the Judicial Court of Nancy(Frankrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 2 maart 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.