ECLI:NL:RBAMS:2023:2780

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
2 mei 2023
Zaaknummer
13/014699-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met garantie tegen detentie in gevangenis Nîmes

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Franse onderzoeksrechter voor de overlevering van een persoon geboren in Frankrijk en zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De procedure kende meerdere aanhoudingen om de opgeëiste persoon de gelegenheid te geven een nieuwe advocaat te kiezen en om zijn afwezigheid zonder afstandsverklaring te adresseren.

De opgeëiste persoon verscheen uiteindelijk op de zitting van 18 april 2023, bijgestaan door een advocaat en een Franse tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen conform de Overleveringswet. De verdediging voerde geen weigeringsgronden aan die de overlevering zouden blokkeren.

Het EAB betrof een strafbaar feit dat volgens de Nederlandse vertaling aanvankelijk als deelneming aan een criminele organisatie was aangeduid, maar dit bleek een vergissing. Het feit waarvoor overlevering werd verzocht, betreft diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning met gebruik van valse sleutels, wat ook onder Nederlands recht strafbaar is.

De rechtbank oordeelde dat de detentieomstandigheden in de gevangenis van Nîmes een algemeen reëel gevaar voor onmenselijke behandeling vormden, maar dat deze zorg was weggenomen door een garantie van de Franse autoriteiten dat de opgeëiste persoon niet in die gevangenis zal worden gedetineerd. Hierdoor vormden de detentieomstandigheden geen beletsel voor overlevering.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet, er geen weigeringsgronden zijn en dat de overlevering aan Frankrijk kan worden toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe met de garantie dat hij niet in de gevangenis van Nîmes zal worden gedetineerd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/014699-23
RK nummer: 23/259
Datum uitspraak: 18 april 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie van 25 januari 2023 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op
9 januari 2023 door de
Procureur de la République près le Tribunal judiciaire de Paris(Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1977,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [P.I.] ),
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB is op de zitting van 14 maart 2023 aangehouden tot de zitting van
4 april 2023 om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen een nieuwe advocaat in de arm te nemen, nu hij vlak voor de zitting te kennen had gegeven niet langer door zijn toenmalige advocaat bijgestaan te willen worden.
De behandeling van het EAB op de zitting van 4 april 2023 is aangehouden tot de zitting van
18 april 2023, omdat de opgeëiste persoon niet aanwezig was, zonder dat hij daartoe een afstandsverklaring had ondertekend.
De behandeling van het EAB heeft vervolgens plaatsgevonden op de zitting van 18 april 2023. Het Openbaar Ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. F. van den Brink, advocaat in Amsterdam, die waarnam voor haar kantoorgenoot, mr. T.H.L. Kneepkens. De opgeëiste persoon is daarnaast bijgestaan door een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft.

3.Referte

De raadsvrouw heeft geen weigeringsgronden aangevoerd die aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan. Wat zij heeft aangevoerd als mogelijk beletsel voor de feitelijke overlevering is iets dat op een later moment, na deze uitspraak, aan de orde komt en nu niet ter toetsing voorligt.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een door een onderzoeksrechter bij het
Tribunal judiciairevan Parijs uitgevaardigd aanhoudingsbevel van 5 januari 2023, met referentie 21299000134.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Frans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

In de Nederlandse vertaling van het EAB staat het lijstfeit ‘deelneming aan een criminele organisatie’ aangekruist. Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 1 maart 2023 blijkt dat dit lijstfeit per vergissing is aangekruist.
De rechtbank stelt, gelet op het bovenstaande, dan ook vast dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het feit niet heeft aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer - kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

6.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden

De rechtbank heeft eerder geoordeeld [4] dat ten aanzien van de detentie-instelling in Nîmes een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die daar gedetineerd zijn onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie.
Door de uitvaardigende justitiële autoriteit is op 17 februari 2023 de volgende garantie verstrekt:
“In response to your request dated on February 17, 2023, 1 have the honour to guarantee you that [opgeëiste persoon] will not be incarcerated in the prison of Nimes in the context of his surrender to France in execution of the above-mentioned European arrest warrant.”
Gelet op deze garantie is de rechtbank van oordeel dat het hiervoor omschreven reële gevaar op een onmenselijk of vernederende behandeling in de detentie-instelling in Nîmes voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Dit betekent dat de detentieomstandigheden in Nîmes geen beletsel voor de overlevering vormen.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Procureur de la République près le Tribunal judiciaire de Paris(Frankrijk) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 april 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Zie rechtbank Amsterdam 30 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3763, nog steeds ongewijzigd in onder andere rechtbank Amsterdam 2 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1191.