Uitspraak
‘Kroongetuige [kroongetuige] . dient tuchtklacht in tegen voormalig advocaat’in dagblad NRC van 7 december 2022 verzocht aan de verdediging te verstrekken (ter eventuele voeging in het dossier) alle door de deal-officier van justitie en andere leden van het Openbaar Ministerie gevoerde correspondentie en verslaglegging, zoals onder andere WhatsApp-berichten, over de kroongetuige, diens deal, bijkomende afspraken over strafvermindering al of niet in de executiefase, beslissingen tot niet vervolging, gunsten, alsmede de door de ‘ [bijnaam directeur] ’ opgestelde notitie over de aan de kroongetuige ter beschikking gestelde/aangetroffen telefoon(s) en eventuele andere activiteiten rond de kroongetuige en zijn communicatiemiddelen, zoals ook de dongel, de X-box, de televisie enzovoorts en de betrokkenheid daarbij van overheidsdienaren en/of derden. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om het horen, bij voorkeur ter zitting onder ede, van de officier van justitie mr. [naam officier van justitie] (hierna: [naam officier van justitie] ) en eventueel andere betrokken leden van het Openbaar Ministerie, mr. [naam advocaat] (hierna: [naam advocaat] ), de directeur ( [bijnaam directeur] ) van de desbetreffende penitentiaire inrichting, de partner van de kroongetuige en de kroongetuige. De verdediging wenst deze personen te horen over de aard en omvang van al dan niet aan de kroongetuige buiten de deal om gedane toezeggingen/gunsten betreffende de WWM-zaak en het gebruik van telefoons, de aard en omvang en achtergrond van de gebreken in de verslaglegging en discrepanties in de getuigenverklaringen van [naam officier van justitie] en [naam advocaat] in het dossier tot op heden, de gang van zaken rond de herkomst, het gebruik en het aantreffen en afvoeren van de aan de kroongetuige tijdens diens detentie ter beschikking staande telefoons en andere communicatiemiddelen en de verslaglegging en de zorgplicht daaromtrent en de gebleken betrokkenheid daarbij van de verzochte getuigen.
In de zaken van verdachten [verdachte 1] en [verdachte 3]
onmogelijk kan (…) volgen dat [naam 3] bij ‘de criminele organisatie van client’ hoort, en dat hij dan dus in opdracht van cliënt ook die SD-kaartjes moet hebben aangenomen van de kroongetuige.”De berichten zijn gevoegd om de rol van [naam 3] zoals die in het requisitoir is geduid nader te onderbouwen. Voor zover het de wens is om van deze aanvullende berichten de metadata te verkrijgen, kan het Openbaar Ministerie daarvan gelet op de beperktheid van het aantal berichten desgewenst een uitdraai uit Hansken in het dossier voegen.
In de zaak van verdachte [verdachte 3]
“….toen het gerucht de ronde deed dat [verdachte 3] regelmatig vanuit Dubai op en neer ging naar het decadente vakantie-eiland Kish voor de kust van Iran. Het beeld bleek niet te kloppen: 's lands meest gezochte crimineel kwam tijdens zijn laatste periode in vrijheid zelden nog naar buiten.”Naar aanleiding van deze passage heeft de verdediging verzocht het Openbaar Ministerie opdracht te geven een groot aantal vragen te laten beantwoorden in een proces-verbaal. Deze vragen betreffen onder meer hoe het Openbaar Ministerie op de hoogte is gekomen van de publicatie van het artikel van [naam journalist] , of die informatie is geverifieerd voordat werd beslist om de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten (hierna: de VAE) op die publicatie te wijzen, hoe het Openbaar Ministerie op de hoogte is gekomen van de onjuistheid van de informatie zoals [naam journalist] in het boek aangeeft en of, en zo ja wanneer, de autoriteiten van de VAE geïnformeerd zijn over de onjuistheid van de bewering over de banden van verdachte [verdachte 3] met Iran in die publicatie en zo nee, waarom niet. Volgens de verdediging heeft Nederland het nodig gevonden om Dubai over het artikel te informeren maar was op dat moment wellicht al bekend dat de inhoud onjuist was. Het verstrekken van deze desinformatie is volgens de verdediging tekenend voor en onderdeel van het willens en wetens in strijd handelen met de eisen voor een zorgvuldige, rechtmatige en integere opsporing. Onder verwijzing naar wat in de (deel)pleidooien al naar voren is gebracht, stelt de verdediging dat de verzochte nadere informatie noodzakelijk is voor de beoordeling door de rechtbank.
liaison officerde autoriteiten van Dubai destijds over het aankomende verschijnen van dat artikel heeft geïnformeerd. Deze
liaison officerheeft in het verhoor als getuige bij de rechter-commissaris op 10 november 2021 over (onder meer) dit onderwerp geantwoord op vragen van de verdediging. In de omstandigheid dat [naam journalist] later in een boek zegt dat het beeld van het gerucht waarover in het Telegraaf-artikel is geschreven niet bleek te kloppen, ziet de rechtbank geen aanleiding om het verzoek toe te wijzen. Hieruit valt voorshands namelijk niet af te leiden dat vanuit de Nederlandse autoriteiten welbewust aan de autoriteiten van Dubai onjuiste informatie zou zijn verstrekt. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.