Uitspraak
Verzoeken
Verzoeken namens [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 5]
Verzoeken namens [verdachte 6] , [verdachte 7] , [verdachte 9] en [verdachte 8]
Standpunt Openbaar Ministerie
Beoordeling
Benoeming deskundige
Standpunt Openbaar Ministerie
Oordeel rechtbank
Standpunt Openbaar Ministerie
peer-reviewedpublicaties. [naam NFI deskundige 2] heeft ook verklaard over de doorontwikkeling van Hansken (verschillende versies van Hansken) en de controlemogelijkheden. Desgevraagd heeft [naam NFI deskundige 2] onder andere geantwoord dat bij twijfel over de volledigheid van een bericht te allen tijde extra controles uitgevoerd kunnen worden in Hansken zelf of met analysehulpmiddelen buiten Hansken. De stelling van de verdediging, dat sprake is van fouten en bugs in Hansken, is onjuist. De brief van 14 september 2020 in het onderzoek Himalaya gaat niet over fouten in Hansken, maar over een geconstateerd verschil tussen de weergave van Hansken en de weergave in het ten behoeve van de inzage gemaakte Excelbestand. Ook de fout in het Excelbestand, waardoor de namen van bijlagen niet altijd aan het juiste bericht waren gekoppeld, is geen fout in Hansken. Het NFI heeft dit geconstateerd, gemeld en hersteld. Als de verdediging dit wenst, kan zij de berichten in Hansken inzien als zij daartoe een afspraak bij het NFI maakt. In het in onderzoek De Vink uitgebrachte NFI-rapport van 16 juni 2020 van [naam NFI deskundige 1 ] , dat zich ook in het procesdossier bevindt, wordt evenmin een fout in Hansken beschreven. Het gaat hier om een verandering van de naam ‘email from’ naar ‘mailbox name’, wat heeft te maken met voortschrijdend inzicht wat betreft de benaming voor het betreffende veld. Dit wordt verder uitgelegd in het rapport door [naam NFI deskundige 1 ] . De vraag over bugs in Hansken evenals de vraag hoe groot de kans is dat een eenmaal ontsleuteld bericht ook een juiste weergave is van de inhoud van het versleutelde bericht, is door [naam NFI deskundige 2] al beantwoord in de in Tandem II opgemaakte rapporten van respectievelijk 5 februari 2018 en 9 maart 2018.
spamming,
spoofing, rode kruizen en
exchangeproblemen, staan beschreven. Ook heeft het Openbaar Ministerie uiteengezet dat en waarom geen sprake is van hergebruik van e-mailadressen maar van licenties, dat er geen aanwijzingen zijn van een
hackvan de Ennetcom server en welke mogelijkheden [naam NFI deskundige 2] heeft geschetst om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van malware op de Ennetcom server. Ten slotte is het Openbaar Ministerie, onder andere met verwijzing naar een in De Vink opgemaakt proces-verbaal van bevindingen waarover de verdediging ook beschikt, ingegaan op de onaannemelijkheid van de theoretische mogelijkheid dat de Ennetcom server is gehackt en berichten zouden zijn gemanipuleerd.
Oordeel rechtbank
Verzoek verdediging van [verdachte 6] , [verdachte 7] , [verdachte 9] en [verdachte 8]
Standpunt Openbaar Ministerie
Oordeel rechtbank
Slotsom
Standpunt Openbaar Ministerie
sending order(F) uit Canada, heeft het Openbaar Ministerie in de reactie van 17 februari 2021 geantwoord, kort gezegd, dat het klopt dat een deel van die vertaling is weggevallen. Deze is als bijlage bij die reactie vervolgens verstrekt. Het gaat volgens het Openbaar Ministerie om de zogenoemde
mail queue, berichten die nog zijn binnengekomen in de zeer korte tijd tussen het moment van aanvang doorzoeking op 19 april 2016 en het moment van starten met daadwerkelijk kopiëren van de data op de servers van Ennetcom. Deze zijn in De Vink dan ook niet in Hansken ingeladen en maken per definitie dus geen deel uit van de dataset. De verdediging heeft in haar e-mail van 6 maart 2021 nog gesteld dat zij wenst dat de overige over deze vertaling gestelde vragen alsnog worden beantwoord omdat volgens haar een onvolledige en onjuiste vertaling zonder meer een rol kan hebben gespeeld in de rechtmatigheid van het gebruik van die data. Naar het oordeel van de rechtbank valt echter niet goed in te zien waarom nog (expliciet) antwoord zou moeten volgen op die resterende vragen, zoals waarom deze vertaling op onjuiste wijze heeft plaatsgevonden, onder wiens verantwoordelijkheid en instructie en met welk doel. Met de reactie van het Openbaar Ministerie is voldoende tegemoet gekomen aan de vragen die de verdediging over de vertaling heeft gesteld. Ook hier geldt dat het voor het overige een mogelijk discussiepunt betreft in het kader van te voeren verweren bij de inhoudelijke behandeling.
Handleiding Verwerking geheimhouders informatie aangetroffen in inbeslaggenomen voorwerpen en in digitale bestanden uit 2014” waarnaar in de brief van het Openbaar Ministerie van 23 november 2020 is verwezen. Op deze vraag is geen antwoord gekomen en de rechtbank heeft de handleiding ook niet aangetroffen in het dossier, zodat onduidelijk is gebleven of het Openbaar Ministerie bereid is deze aan de verdediging te verstrekken. De rechtbank verzoekt het Openbaar Ministerie op dit punt om een reactie, zo mogelijk op de eerstvolgende (schriftelijke ronde van de) regiezitting.
U heeft ons nu geattendeerd op de beslissing van de rechtbank van 19 april 2018, dit vonnis dateert van na de toestemming van de rechter-commissaris.”Dit lijkt niet alleen in strijd met hetgeen het Openbaar Ministerie stelt in De Vink over het informeren van andere onderzoeken maar de verdediging acht ook zeer onaannemelijk dat het Openbaar Ministerie die uitspraak Tandem II niet zou hebben gekend totdat het daarop door mr. Splinter was gewezen, aldus de verdediging.
tweedecontrole betreft, en ook niet dat deze plaatsvindt in verband met het beschikbaar komen van berichten uit transitielogbestanden. Bovendien kan de rechtbank het Openbaar Ministerie niet goed volgen in de stelling dat de brondata in verband met het beschikbaar komen van de berichten uit de transitielogbestanden (al) medio juni 2018 zijn onderzocht op geheimhouderscommunicatie. Uit onder andere de beantwoording op pagina 6 van de rapportage van [naam NFI deskundige 1 ] (AD 03 PGP p. 754) heeft de rechtbank namelijk begrepen dat de berichten uit de transitielogbestanden pas zichtbaar konden worden gemaakt met de “31.2.1 release” – de uitbreiding – van Hansken die volgens [naam NFI deskundige 1 ] omstreeks 12 april 2019
releasedis. Dit lijkt erop te duiden dat die berichten ook voor de onderzoeken Sassenheim en De Vink niet eerder dan 12 april 2019 beschikbaar waren. De rechtbank verzoekt het Openbaar Ministerie om het voorgaande voor de rechtbank en verdediging op te helderen, zo nodig met voeging van eventuele beschikbare processen-verbaal uit onderzoek Sassenheim die zich nog niet in het einddossier bevinden. De rechtbank ziet voorshands geen aanleiding het Openbaar Ministerie op te dragen uitleg te geven over de derde gestelde tegenstrijdigheid. Het gaat hier volgens de rechtbank namelijk niet zozeer om een op te helderen tegenstrijdigheid. Het betreft veeleer een weergave van niet betwiste correspondentie waar de verdediging haar vraagtekens bij zet, welke vraagtekens zij zo nodig bij de inhoudelijke behandeling kan vertalen in standpunten en/of te voeren verweren.
Slotsom
Standpunt Openbaar Ministerie
Oordeel rechtbank
spoofen,
hacks, DDos-aanvallen en de infectie van het Ennetcom netwerk met een worm beschreven. In het licht van de informatie die over de problemen bij Ennetcom aldus beschikbaar is, is onvoldoende onderbouwd welk belang de verdediging nog heeft bij het horen van de getuige op dat punt. De rechtbank acht voorts niet voldoende onderbouwd dat [naam getuige 1] kan verklaren over de consequenties die deze problemen voor de integriteit en betrouwbaarheid van de zich in het dossier bevindende PGP-berichten hebben gehad. De rechtbank wijst het verzoek tot het horen van de getuige [naam getuige 1] dan ook af, omdat niet is gebleken dat het horen van deze getuige van belang is voor de beantwoording van de vragen van artikel 348 en Pro 350 Sv.
Raadplegen van de PGP-data in (de software van) Hansken via een inlogmogelijkheid op kantoor
remote access platform’ voor Hansken. Uit de toelichting van het Openbaar Ministerie volgt echter dat een dergelijke inlogmogelijkheid feitelijk nog niet, ook niet voor de officieren van justitie vanaf de eigen werkplek, beschikbaar is, ook al zijn inmiddels ruim drie jaar verstreken. Desgevraagd door de rechtbank heeft het Openbaar Ministerie ter zitting nog geantwoord dat ook niet de verwachting bestaat dat een dergelijke mogelijkheid op afzienbare termijn gerealiseerd kan worden. Reeds hierom kan het verzoek van de verdediging op dit punt niet worden toegewezen. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
Verzoek dat de rechtbank in Hansken de dataset doorzoekt
Verzoek om toegang tot alle brondata
alleonderzoeksresultaten. De officier van justitie heeft, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 6 van het Besluit processtukken in strafzaken, een centrale rol als het gaat om de voorwaarden waaronder inzage in niet tot de processtukken horende stukken kan plaatsvinden. Bij die inzage moet, zo stelt de officier van justitie, rekening worden gehouden met het feit dat het om privacygevoelige gegevens gaat waar zorgvuldig mee omgegaan moet worden. Het gaat immers om een zeer grote hoeveelheid (persoonlijke) berichten van verschillende deelnemers. In herinnering kan worden gebracht dat het Openbaar Ministerie op de zittingen van 27 en 28 februari en 6 maart 2020 in dit verband heeft toegelicht dat ‘slechts’ 10% van de (toen nog circa 610.000) berichten bestaat uit communicatie die volgens de politie is toe te schrijven aan de PGP-lijnen van verdachten en de overige 90% van de berichten volgens de politie gaat om communicatie van derden of van verdachten op tot heden niet geïdentificeerde PGP-lijnen. Aan de rechtbank ligt ter beoordeling voor of de geboden wijze van inzage de verdediging voldoende mogelijkheid biedt om een adequate verdediging te voeren.
Huidige inzage mogelijkheden in de dataset
tweelaptops met daarop de dataset beschikbaar zijn, zodat aan beide zijden van de glazen wand een laptop beschikbaar is. Bij deze inzagemogelijkheden kan desgewenst ook een laptop met het digitale dossier worden verstrekt. Verder bestaat voor de verdediging de mogelijkheid om (via de officier van justitie) een specifiek bericht nader door het NFI te laten onderzoeken, dan wel om zelf op afspraak bij het NFI in de dataset te zoeken met behulp van Hansken. Ten slotte is aan elke raadsman een laptop verstrekt met daarop de zogenoemde ‘eigen PGP-lijnen’. Daarop staan de berichten van alle lijnen die door de politie worden toegeschreven aan de door die raadsman bijgestane verdachte.
byte-
to-
byteweergave van de berichten in de dataset op te zoeken. Ter zitting is vastgesteld dat dit in ieder geval niet nodig is om te controleren of in de inzage-set wijzigingen zijn aangebracht. Bij het afsluiten van het Excel-inzagebestand verschijnt weliswaar een melding met de vraag of de gebruiker wijzigingen wil opslaan, maar ter zitting is vastgesteld dat het aanbrengen van wijzigingen niet mogelijk is omdat het een ‘
read only’ bestand is. Voorts heeft de officier van justitie toegelicht dat de inhoud van de Excelbestanden rechtstreeks afkomstig is uit Hansken. De rechtbank begrijpt daaruit dat de tekst niet is overgetypt, zoals de verdediging veronderstelt. Ook is toegelicht dat en waarom alleen op het ondergeschikte punt van de bijzondere leestekens een verschil kan zitten tussen de weergave in Excel en Hansken. Bij geen van de gedemonstreerde voorbeelden heeft de rechtbank overigens geconstateerd dat er verschil zit in de weergave van de tekst van het bericht in Excel en de
byte-
to-
byteweergave. De rechtbank heeft verder geconstateerd dat de verdediging, nadat zij de vervolgens opgezochte metadata bij een bericht had gevonden en kon tonen, liet weten niet goed in staat te zijn deze te interpreteren. Ter zitting heeft mr. Van den Boom aangegeven dat de benoeming van een deskundige (ook) noodzakelijk is om uitleg te kunnen geven over de betekenis van deze metadata. Die noodzaak ziet de rechtbank echter niet. Indien de verdediging uitleg wenst over deze (veelal technische) data, heeft zij de mogelijkheid om hierover via de officier van justitie uitleg te vragen aan de politie. Ook kan zij zelf eventueel literatuur of deskundigen raadplegen om nadere uitleg over de duiding van deze data te krijgen. Als de verdediging daadwerkelijk de metadata van alle berichten op deze wijze wil controleren, is dat inderdaad tijdrovend. Voorshands is de rechtbank echter niet overtuigd van de noodzaak van een dergelijke intensieve controle, en zo al noodzakelijk, waarom niet met een steekproef en/of het selecteren van specifieke berichten zou kunnen worden volstaan. Voorshands is de rechtbank dan ook met het Openbaar Ministerie van oordeel dat de keuze om hieraan veel tijd te besteden zonder deze data goed te kunnen duiden, voor rekening van de verdediging komt. Voor zover de verdediging in de metadata zou willen nagaan of berichten zijn gespoofd, heeft het Openbaar Ministerie in dit verband nog laten weten dat de politie na onderzoek heeft vastgesteld dat tussen de aan verdachten toegeschreven berichten in de dataset geen gespoofde berichten zitten, dat daarvan proces-verbaal zal worden opgemaakt en dat dit in het dossier zal worden gevoegd.
Officemaar over een gratis programma met een andere interface, aldus de raadsman. De officier van justitie heeft hierop ter zitting reeds gereageerd en in aanvulling daarop aangeboden op de laptops met de ‘eigen lijnen’ ook een doorzoekbaar Pdf-bestand te plaatsen en de laptop te
updatenmet de nieuwste versie van de software. De rechtbank gaat ervan uit dat daarmee voldoende tegemoet is gekomen aan deze geuite bezwaren.