Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:1425

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2023
Publicatiedatum
15 maart 2023
Zaaknummer
AWB - 22 _ 5471
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet waardering onroerende zakenArt. 8:24 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente machtiging bij aanvraag WOZ-besluit

De eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag op grond van artikel 26 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Bij de aanvraag werd een machtiging overgelegd die dateerde van bijna twee jaar voor de aanvraagdatum. De rechtbank heeft de eiser verzocht een recente machtiging te overleggen, maar deze is niet verstrekt.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een rechter een schriftelijke machtiging kan verlangen van een gemachtigde die geen advocaat is, om de bevoegdheid te verifiëren. Een recente uitspraak van de Hoge Raad stelt dat een machtiging niet ouder mag zijn dan één jaar.

Omdat de eiser geen recente machtiging heeft overgelegd, is onvoldoende gebleken dat de gemachtigde bevoegd is de procedure te voeren. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De uitspraak is gedaan door rechter F.P. Lauwaars en griffier N. van der Kroft. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/5471

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

[gem. eiser] (hierna: [gem. eiser] ) heeft op 13 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag.
Verweerder heeft, ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank, geen stukken en ook geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Met een brief van 14 augustus 2022 heeft [gem. eiser] namens eiser een aanvraag gedaan op grond van artikel 26 van Pro de Wet waardering onroerende zaken.
3. [gem. eiser] heeft op 13 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag onder overlegging van een schriftelijke machtiging gedateerd 30 juli 2020.
4. De rechtbank heeft [gem. eiser] in de gelegenheid gesteld om een recente machtiging te overleggen. Daaronder verstaat de rechtbank een machtiging die niet ouder is dan één jaar. [gem. eiser] heeft de rechtbank opnieuw de machtiging met dagtekening 30 juli 2020 toegestuurd en stelt zich daarbij op het standpunt dat er sprake is van een doorlopende machtiging.
5. Op grond van artikel 8:24, tweede lid van de Awb, kan de rechter een schriftelijke machtiging verlangen van een gemachtigde die geen advocaat is, om na te gaan of degene die zich als gemachtigde namens een belanghebbende aandient daartoe werkelijk bevoegd is. [gem. eiser] heeft een machtiging overgelegd van bijna twee jaar oud op de aanvraagdatum. De rechtbank is van oordeel dat uit deze machtiging onvoldoende blijkt dat [gem. eiser] daadwerkelijk wettelijk bevoegd is tot het voeren van de onderhavige procedure. De rechtbank wijst op een recente uitspraak van de Hoge Raad [1] waarbij is geoordeeld dat de rechtbank een machtiging kan verlangen die niet ouder is dan één jaar. [gem. eiser] heeft ondanks het verzoek daartoe van de rechtbank geen machtiging opgestuurd die hieraan voldoet.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Lauwaars, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. van der Kroft, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Uitspraak van 28 oktober 2022 van de Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2022:1558.