De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontucht en aanranding van een minderjarige stagiaire in zijn kleermakerij in februari 2020. De aangeefster verklaarde dat verdachte haar had gekust en betast, wat zij als ontuchtig ervoer. De officier van justitie achtte de ontucht bewezen op basis van de aangifte, verklaringen van getuigen, WhatsApp-gesprekken en camerabeelden.
De verdediging betwistte de consistentie en geloofwaardigheid van de verklaringen van de aangeefster en voerde aan dat de camerabeelden niet strookten met haar verhaal. De rechtbank overwoog dat zedenzaken vaak getuigenstrijd betreffen en dat bewijs niet uitsluitend op één getuigenverklaring mag berusten zonder steunbewijs. Hoewel steunbewijs aanwezig was, leidde het dossier tot te veel twijfel.
De rechtbank concludeerde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Daarom sprak zij verdachte vrij. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding afgewezen vanwege de vrijspraak. De beslagstukken werden teruggegeven aan de rechthebbende.