ECLI:NL:RBAMS:2023:2812
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging proeftijdontslag en loonbetaling wegens arbeidsongeschiktheid
Verzoeker was sinds oktober 2022 werkzaam bij Flink als Store Employee op basis van een nul-urencontract met een proeftijd van twee maanden. Na een eenzijdig ongeval tijdens werktijd op 26 oktober 2022 raakte verzoeker arbeidsongeschikt. Flink betaalde tot 7 november 2022 70% ziekenloon en beëindigde de arbeidsovereenkomst per 5 december 2022 met een proeftijdontslag.
Verzoeker stelde dat het ontslag discriminatoir was en in strijd met de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz), omdat het verband hield met zijn arbeidsongeschiktheid. Tevens vorderde hij achterstallig salaris en een billijke vergoeding. Flink betwistte dat sprake was van een handicap of chronische ziekte en voerde aan dat het ontslag niet verband hield met de arbeidsongeschiktheid, maar met organisatorische redenen.
De rechtbank oordeelde op basis van medisch dossier dat verzoekers klachten niet duiden op een langdurige of onomkeerbare aandoening en dat de Wgbh/cz daarom niet van toepassing is. Het proeftijdontslag is rechtsgeldig. Ook het loonvordering werd afgewezen omdat verzoeker geen vaste arbeidsomvang had en niet meer was opgeroepen na 7 november 2022. De verzoeken tot vernietiging van het ontslag, loonbetaling en billijke vergoeding werden integraal afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De verzoeken tot vernietiging van het proeftijdontslag, loonbetaling en billijke vergoeding worden afgewezen.