Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
Officier van Justitie’), en van wat de raadsman van verdachte, mr. R. Malewicz, naar voren hebben gebracht. Verdachte is niet verschenen.
[benadeelde partij]’), vertegenwoordigd door zijn advocaat, mr. Y. Moszkowicz, naar voren heeft gebracht.
2.Procesgang
- het proces-verbaal van verdenking inzake het afgeschermde onderzoek (onderzoek Porto);
- een aanvullend proces-verbaal van verdenking;
- een aanvraag machtiging tap; en
- vijf aanvragen voor verlenging van die tap.
3.Inleiding en tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
4.Waardering van het bewijs
tante [naam tante]’). Zij deed aangifte van diefstal van sieraden uit haar woning ter waarde van EUR 3.000,-, gepleegd tussen 23 mei 2016 en 8 juni 2016, en gaf als verdachte op haar neef [benadeelde partij] . [naam tante] is de zus van de moeder van verdachte, [naam moeder] .
[naam vriendin]’) is meermaals gehoord. Zij verklaarde samengevat dat zij op uitnodiging van haar vriendin, [naam zus] , op het feest was. De sfeer was erg gezellig. Zij verklaarde dat ze op een gegeven moment lawaai hoorde uit een groep waarvan verdachte deel uitmaakte. Zij zag dat verdachte [benadeelde partij] aanviel met een mes en daarmee steekbewegingen maakte. Ook zag zij dat [benadeelde partij] struikelde en in de bosjes achterover viel. [naam vriendin] heeft verklaard dat zij verdachte in het Surinaams heeft horen roepen dat hij [benadeelde partij] ging vermoorden. Beide getuigen hebben verklaard dat [benadeelde partij] van zich af zou hebben geschopt.
[naam zwager]’), de zwager van verdachte, een afspraak wilde maken met het onderzoeksteam. Op 14 december 2020 werd [naam zwager] gehoord. Hij verklaarde ook op het feest aanwezig te zijn geweest. Hij zag dat verdachte en [benadeelde partij] een woordenwisseling hadden in de loods, waarbij verdachte een bakje eten uit de hand van [benadeelde partij] zou hebben geslagen. Verdachte en [benadeelde partij] liepen vervolgens samen naar buiten. [naam zwager] zag dat verdachte werd weggevoerd van [benadeelde partij] . Hij verklaarde dat hij met [benadeelde partij] in gevecht is gekomen en dat hij degene is geweest die [benadeelde partij] met een mes in zijn been heeft gestoken.
[naam 1]’) waren hierbij aanwezig. Verder heeft [naam vader] verklaard dat hij op een gegeven moment samen met [benadeelde partij] in de bosjes viel en dat [benadeelde partij] daarna opstond en naar zijn auto liep.
[naam 2]’) via WhatsApp het volgende bericht heeft gestuurd: ‘
ma heb die man ziekenhuis gedjoekt’. Ook volgt uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte dat hij in de ochtend van 25 juli 2020 via WhatsApp contact heeft gehad met zijn tante [naam tante] . [naam tante] heeft verdachte bericht dat zij hoofdpijn heeft gekregen van het feit dat [benadeelde partij] aanwezig was op het feest de avond ervoor. Zij beschuldig [benadeelde partij] ervan dat hij op het feest een ketting heeft geprobeerd te stelen. Verder schrijft zij dat zij verwacht dat verdachte problemen gaat krijgen. Verdachte stuurde terug dat hij zichzelf als een soldaat beschouwt die de familie moet beschermen tegen buitenstaanders, dat niemand haar verdriet mag doen en dat de familie-eer nu is hersteld. Verdachte stuurde vervolgens nog een bericht waarin hij zijn tante meedeelt dat zij zich niet druk moet maken, en dat ‘hij’ een slang is die zijn verdiende loon heeft gekregen en dat hij nog geluk gehad heeft gisteren.
anders steek ik hem dood, dat begrijp je toch’.
In zijn been’, antwoordt zijn moeder.
dan heeft hij nog geluk… in zijn nek’. Zijn tante heeft het over het stelen van een ketting en zegt: ‘
Hij doet het nooit meer [verdachte] , nooit meer’. Verdachte zegt dat het goed is dat hij hem heeft geraakt. Verdachte vraagt om vergiffenis en zegt dat hij het niet kon laten. Hij houdt te veel van hen. Ook zegt hij: ‘
Als iemand problemen met ons zoekt op deze manier […]. Ik kan jullie alvast waarschuwen.’
maar ik heb dinges gestoken toch’ en ‘
maar je weet is light’. Zijn broer zegt terug ‘
Broer we staan in onze recht gap’, waarop verdachte zegt: ‘
Nah hij moest eigenlijk nek krijgen’. Verdachte zegt tegen zijn broer dat ‘hij’ in het ziekenhuis ligt en vraagt of hij het gaat overleven, waarop zijn broer zegt: ‘
Tuurlijk is in zijn been volgens mij heb je hem gestoken’. Verdachte antwoordt: ‘
Ja is light, moet hem nemen. Volgende keer krijgt hij kogels’.
- de tapgesprekken mogen niet voor het bewijs worden gebruikt omdat dit in strijd is met het in artikel 6 EVRM Pro neergelegde recht op een eerlijk proces;
- [naam zwager] heeft verklaard dat hij degene is die gestoken heeft;
- de verklaringen van [benadeelde partij] , [naam zus] en [naam vriendin] zijn ongeloofwaardig en mogen daarom niet voor het bewijs worden gebruikt; en
- de berichten na het steekincident tussen verdachte en zijn tante [naam tante] , zijn moeder en [naam 2] moeten worden gezien in de context dat verdachte boos was vertrokken van het feest en onder invloed was van alcohol. Het betreft grootspraak en duidt niet op betrokkenheid van verdachte bij het steekincident.
struggle’ belandden. Dit onderdeel van zijn verklaring vindt geen steun in de verklaringen van verdachte en [naam 1] . Zij hebben verklaard dat zij weten wie er heeft gestoken, maar zij willen niet ‘snitchen’.
ma heb die man ziekenhuis gedjoekt’. Djoeken betekent in straattaal steken. [naam 2] heeft hierover in zijn verhoor verklaard dat hij dacht dat hij de conversatie waarvan dit bericht deel uitmaakte voerde met verdachte. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij dit bericht niet herkent, maar heeft dat verder niet toegelicht. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij zijn telefoon bijna nooit, slechts heel zelden, uitleent. Dat [naam zwager] – en niet verdachte – voornoemd bericht heeft gestuurd vindt dus evenmin steun in andere bewijsmiddelen.
je wilde toch stelen!’. [benadeelde partij] heeft verklaard dat verdachte hem aansprak omdat [benadeelde partij] zou hebben ingebroken bij zijn tante [naam tante] . Ook hebben zowel [naam zus] als [naam vriendin] verklaard dat [benadeelde partij] van zich af schopte. [benadeelde partij] heeft verklaard dat het mogelijk is dat hij van zich af heeft geschopt.
Het gevoerde verweer over het alternatieve scenario’ acht de rechtbank de verklaring van [naam zwager] dat hij kort na het incident vanuit de auto op de telefoon van verdachte naar een ‘vertrouwenspersoon’ een bericht zou hebben gestuurd, waarin zou staan wat er is gebeurd, ongeloofwaardig. De rechtbank acht het bovendien niet aannemelijk dat verdachte zijn telefoon aan [naam zwager] heeft uitgeleend. Bovendien blijkt uit de WhatsApp-conversatie en uit het verhoor van [naam 2] niet dat hij op dat moment vermoedde dat hij met een ander dan verdachte communiceerde. Naar het oordeel van de rechtbank, kan het niet anders dan dat verdachte degene is geweest die – kort na het incident – dit bericht aan [naam 2] heeft gestuurd. Het bericht kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet anders worden begrepen dan dat verdachte aan [naam 2] meedeelt dat hij iemand heeft gestoken, die naar aanleiding daarvan in het ziekenhuis ligt.
5.Bewezenverklaring
6.Bewijs
bijlage IIbij dit vonnis.
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.De benadeelde partij [benadeelde partij]
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
achttien (18) maanden.