ECLI:NL:RBAMS:2023:4388

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 mei 2023
Publicatiedatum
12 juli 2023
Zaaknummer
13/043753-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 6 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 8 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
14 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met gelijkstelling aan Nederlander

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit tegen een verdachte geboren in Polen. De verdachte verscheen bij de zittingen en werd bijgestaan door een advocaat en tolk. De rechtbank stelde vast dat de verdachte ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft, waardoor hij gelijkgesteld kan worden aan een Nederlander.

Het EAB betreft een strafbaar feit dat in Polen valt onder oplichting, waarvoor een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar geldt. Hierdoor is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid niet vereist. De rechtbank ontving een garantie van de Poolse autoriteiten dat de verdachte, indien veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, deze in Nederland mag uitzitten.

Hoewel er structurele zorgen zijn over de Poolse rechtsorde, bleek uit de zaak geen concreet individueel gevaar voor schending van het recht op een eerlijk proces. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en geen weigeringsgronden aanwezig zijn, en stond daarom de overlevering toe.

De uitspraak is onherroepelijk en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De beslissing is genomen door drie rechters onder voorzitterschap van mr. J.G. Vegter op 11 mei 2023.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe met terugkeergarantie en gelijkstelling aan een Nederlander.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/043753-23
Datum uitspraak: 11 mei 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie van 14 februari 2023 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 16 september 2020 door
de Sąd Okręgowy (Circuit Court), Gorzów Wielkopoloski, II Wydział Karny (Criminal Division Two), Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1975,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 2 mei 2023
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.W. Kuijpers, advocaat in Hoofddorp en door een tolk in de Poolse taal. Op deze zitting is het onderzoek geschorst en aangehouden tot de zitting van 9 mei 2023 om 11:30 uur.
Zitting 9 mei 2023
De behandeling van het EAB is voorgezet op de zitting van 9 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.W. Kuijpers, advocaat in Hoofddorp en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
temporary arrest warrant or judicial decision having the same effect by the District Court of Sulęcin, dated 25 February 2019(II Kp 183/18).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten:
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op basis van artikel 6, derde lid, van de OLW zijn voldaan aan de volgende vereisten:
1. de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000;
2. de opgeëiste persoon kan in Nederland worden vervolgd voor de feiten genoemd in het EAB;
3. ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest als gevolg van de opgelegde straf of maatregel.
De eerste voorwaarde
Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon aan de hand van de overgelegde stukken heeft aangetoond dat hij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000 en daarmee een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven.
Aan deze voorwaarde is dus voldaan.
De tweede voorwaarde
De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon in Nederland kan worden vervolgd voor het feit dat aan het EAB ten grondslag ligt.
De derde voorwaarde
De derde voorwaarde voor gelijkstelling met een Nederlander wordt getoetst aan de hand van een verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over de verwachting of de opgeëiste persoon al dan niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest ten gevolge van een mogelijk op te leggen straf of maatregel. Uit het e-mailbericht van de IND van 1 mei 2023 volgt dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht niet zal verliezen. Ook aan deze voorwaarde is voldaan.
De opgeëiste persoon kan op grond van artikel 6, derde lid, OLW worden gelijkgesteld met een Nederlander. De overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
Circuit Prosecutorte Gorzów Wielkopolski heeft bij brief van 2 mei 2023 de volgende garantie gegeven:
In response to your letter of 26.04.2023 regarding the guarantee of the return of Mr. [opgeëiste persoon] with a view to his serving a prison sentence in the Netherlands, I confirm that such a return will take place if he is transferred under a similar condition to Poland. Surely, it is possible to transfer a foreigner who has been legally convicted in Poland so that he could serve a custodial sentence at his place of residence, in accordance with the Convention of 21 March 1983 on the Transfer of Sentenced Persons.
In the case of [opgeëiste persoon] – a person detained on the grounds of a European Arrest Warrant– his transfer on the proviso that the execution of the custodial sentence takes place in that country, will form a guarantee that the sentence is served in the Netherlands
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. [4]

6. Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [6]

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon] ,aan
de Sąd Okręgowy (Circuit Court), Gorzów Wielkopoloski, II Wydział Karny (Criminal Division Two), Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 11 mei 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Vergelijk Rechtbank Amsterdam 16 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:831.
5.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4.
6.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (