Eiser verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om documenten over het Aanspreekpunt Potentiële Buitenlandse Investeerders (APBI) van de Belastingdienst vanaf 1995. Verweerder verklaarde geen documenten te bezitten, omdat het APBI onder het Ministerie van Financiën valt. Na bezwaar en beroep wegens niet tijdig beslissen, nam verweerder alsnog een besluit waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was, omdat de ingebrekestelling prematuur was. Inhoudelijk vond de rechtbank de stelling van verweerder dat geen documenten aanwezig zijn niet ongeloofwaardig, mede vanwege uitgebreide zoekslagen, inclusief bij consulaten en het NFIA.
Wel was er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, omdat niet duidelijk was of gezocht was bij het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen. Dit gebrek werd in beroep hersteld. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat documenten toch bij verweerder berusten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht aan eiser.