De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 maart 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Düsseldorf op 17 november 2022. De opgeëiste persoon, geboren in 1972 en met de Duitse en Oekraïense nationaliteit, werd verdacht van georganiseerde diefstal en afpersing. Hij was gedetineerd in Nederland zonder vaste verblijfplaats.
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en onderzocht of het EAB aan de wettelijke eisen voldoet. De strafrechtelijke feiten zijn opgenomen in bijlage 1 van de Overleveringswet en vallen onder de categorieën georganiseerde diefstal en afpersing, waarvoor in Duitsland een gevangenisstraf van ten minste drie jaar is opgelegd.
De verdediging voerde verweren aan tegen overlevering, waaronder het niet horen van de verdachte voor omzetting van voorlopige aanhouding en het argument dat de verdachte in Oekraïne wil vechten. Beide verweren werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeerde dat de procedure correct was gevolgd en dat het willen deelnemen aan het conflict in Oekraïne geen geldige weigeringsgrond vormt.
De rechtbank stelde vast dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet. Daarom werd de overlevering aan Duitsland toegestaan voor de uitvoering van de opgelegde vrijheidsstraf van 11 jaar en 6 maanden.