Op 8 november 2021 stak verdachte haar expartner met een mes in zijn rug in diens woning te Amsterdam. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de poging tot zware mishandeling heeft begaan, maar oordeelt dat sprake was van een noodweersituatie.
De expartner hield verdachte opgesloten, blokkeerde alle uitgangen en was agressief en fysiek gewelddadig. Verdachte probeerde te ontsnappen, hulp te vragen en zich te verdedigen. Toen alle andere opties faalden, gebruikte zij een mes om zich te verdedigen tegen de aanhoudende agressie.
De rechtbank concludeert dat het handelen van verdachte proportioneel en subsidiariteit was, gezien de ernst van het geweld en het feit dat zij geen andere uitweg had. Daarom verleent de rechtbank ontslag van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard en partijen dragen ieder hun eigen kosten.