ECLI:NL:RBAMS:2023:5855
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurtoeslag 2021 na ontslagvergoeding en terugvordering
Eiseres, een vrouw uit Amsterdam, kreeg in 2021 een ontslagvergoeding van €29.120,- na beëindiging van haar dienstverband bij het Leger des Heils wegens langdurige ziekte. De Belastingdienst Toeslagen heeft deze vergoeding bij haar inkomen over 2021 opgeteld, waardoor haar huurtoeslag definitief op nihil werd vastgesteld en zij een bedrag van €1.909,- moest terugbetalen.
Eiseres betwistte dit en stelde dat de vergoeding een nabetaling betrof en buiten de inkomensberekening moest blijven. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de vergoeding als loon moet worden gezien, omdat hierover loonbelasting is betaald en het bedrag in hetzelfde jaar is uitbetaald. De regelgeving sluit uit dat een ontslagvergoeding buiten beschouwing wordt gelaten bij de huurtoeslag.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de Belastingdienst terecht het inkomen inclusief de ontslagvergoeding heeft vastgesteld. Daarnaast werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht afgewezen, omdat het inkomen boven de bijstandsnorm lag. De rechtbank benadrukte dat er een persoonlijke betalingsregeling is getroffen voor de terugvordering, zodat er geen onevenredige gevolgen zijn voor eiseres.
Tenslotte werd gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De huurtoeslag 2021 is terecht op nihil vastgesteld vanwege de opname van de ontslagvergoeding in het inkomen.