ECLI:NL:RVS:2022:3484
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering toeslagen wegens fictief inkomen na relatiebreuk
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het recht van de belanghebbende op zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag over 2019 definitief vastgesteld en te veel betaalde voorschotten teruggevorderd. De belanghebbende maakte bezwaar tegen de terugvordering, met beroep op de 10%-regeling en stelde dat geen rekening had moeten worden gehouden met het inkomen van haar voormalige toeslagpartner na beëindiging van het partnerschap.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat volledige terugvordering onevenredig was vanwege de terugwerkende kracht van het inkomen dat de belanghebbende op het moment van het voorschot niet kon voorzien. De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de 10%-regeling niet van toepassing was en dat het inkomen daadwerkelijk was genoten, ook al werd het met terugwerkende kracht toegerekend. De Afdeling oordeelde dat de terugvordering niet onevenredig is, mede gelet op het beleid in het Verzamelbesluit Toeslagen en de mogelijkheid van een persoonlijke betalingsregeling die rekening houdt met de financiële draagkracht van de belanghebbende.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond, waarmee de terugvordering in stand blijft. De belanghebbende kan een betalingsregeling aanvragen om financiële problemen te voorkomen.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende tegen de terugvordering van te veel betaalde toeslagen wordt ongegrond verklaard en de terugvordering blijft in stand.