ECLI:NL:RBAMS:2023:6035

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
AMS 23/4755
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7.3.17 JeugdwetArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid bestuursrechter bij verzoek inzage dossiers Jeugdzorg

Eiseres heeft op 26 september 2022 een verzoek ingediend bij de Raad van Bestuur Jeugdzorg Amsterdam om inzage in dossiers met betrekking tot de jeugdhulpverlening aan haar kinderen. Dit verzoek werd niet tijdig beantwoord, waarna eiseres een beroepschrift indiende bij de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank heeft onderzocht of zij bevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Volgens artikel 7.3.17 van de Jeugdwet kan de Raad van Bestuur Jeugdzorg niet worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is er geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro genomen en is beroep bij de bestuursrechter niet mogelijk.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en wijst erop dat eiseres zich tot de civiele rechter kan wenden. Er is geen griffierecht geheven en er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.D. Arnold op 29 september 2023.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Raad van Bestuur Jeugdzorg.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/4755

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te Alkmaar, eiseres,

(gemachtigde: mr. M. Buiter),
en
de Raad van Bestuur Jeugdzorg Amsterdam (de Raad van Bestuur van Jeugd- en Gezinsbeschermers), verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 25 maart 2023 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek dat onder meer eiseres op 26 september 2022 bij verweerder heeft ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat de bestuursrechter onbevoegd is. [1]
Wie is verweerder?
2. Eiseres heeft op 26 september 2022 een verzoek bij de Raad van Bestuur Jeugdzorg ingediend, verzonden naar het postbusadres van de Jeugd- en Gezinsbeschermers te Amsterdam. Jeugd- en Gezinsbeschermers heeft de ontvangst van het verzoek bevestigd. Omdat het verzoek is gericht aan de Raad van Bestuur Jeugdzorg, is de Raad van Bestuur Jeugdzorg Amsterdam (de Raad van Bestuur van Jeugd- en Gezinsbeschermers) als verweerder aangemerkt.
Waar gaat deze zaak over?
3. Verweerder heeft in het kader van de jeugdhulpverlening van de kinderen van eiseres dossiers aangelegd. Eiseres, haar echtgenoot en haar kinderen hebben op
26 september 2022 een verzoek bij verweerder ingediend om toezending van complete dossiers. Op 28 november 2022 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiseres beroep ingesteld.
Is de bestuursrechter bevoegd om van het beroep kennis te nemen?
4. De bestuursrechter van de rechtbank moet onderzoeken of zij bevoegd is om van een beroep kennis te nemen. Daarvoor moet worden beoordeeld of het beroep is gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit. [2] Het uitblijven van een besluit is op grond van de wet aan een besluit gelijkgesteld. [3]
5. De rechtbank vat het verzoek van eiseres op als een verzoek om inzage op grond van artikel 7.3.17 van de Jeugdwet. Op grond van dat artikel kan verweerder niet worden aangemerkt als een bestuursorgaan. [4] Dat betekent dat nu verweerder, de Raad van Bestuur Jeugdzorg (lees: de Raad van Bestuur Jeugdzorg Amsterdam (de Raad van Bestuur van Jeugd- en Gezinsbeschermers), niet als een bestuursorgaan kan worden aangemerkt, er geen besluit is genomen in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb zodat beroep niet tot de mogelijkheden behoort. [5]
6. De bestuursrechter verklaart zich om die reden onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Eiseres kan zich tot de civiele rechter wenden. [6]
7. Van eiseres is geen griffierecht geheven.
8. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van
M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
29 september 2023
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: B

Voetnoten

1.artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb
3.artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb
4.ECLI:NL:RVS:2018:983, punt 4, eerste alinea
6.informatie hierover is te vinden op www.rechtspraak.nl