ECLI:NL:RBAMS:2023:6037

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
AMS 23/2857
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 1:3 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7.3.17 Jeugdwet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechter onbevoegd bij beroep tegen niet-tijdig besluit Woo-verzoek NiCare

Eiseres heeft samen met haar echtgenoot en kinderen op 26 september 2022 een Woo-verzoek ingediend bij NiCare voor inzage in jeugdhulpverleningsdossiers. Na ontvangst van een deel van de documenten stelde eiseres dat niet alle gevraagde stukken waren verstrekt en stelde zij NiCare in gebreke. Hierop werd beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.

De rechtbank moest beoordelen of zij bevoegd was het beroep te behandelen. Het verzoek werd opgevat als een inzageverzoek op grond van artikel 7.3.17 van de Jeugdwet. NiCare werd echter niet aangemerkt als bestuursorgaan, zodat geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was genomen. Hierdoor kon de bestuursrechter niet bevoegd zijn om kennis te nemen van het beroep.

De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en wees erop dat eiseres zich tot de civiele rechter kan wenden. Er werd geen griffierecht geheven en geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2023.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen omdat NiCare geen bestuursorgaan is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/2857

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres 1] , te Alkmaar, eiseres,

(gemachtigde: mr. M. Buiter),
en

het bestuur van NiCare, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 25 mei 2023 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek dat onder meer eiseres op 26 september 2022 bij verweerder heeft ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat de bestuursrechter onbevoegd is. [1]
Waar gaat deze zaak over?
2. Verweerder heeft in het kader van de jeugdhulpverlening van de kinderen van eiseres dossiers aangelegd. Eiseres, haar echtgenoot en haar kinderen hebben op
26 september 2022 een verzoek bij verweerder ingediend om toezending van complete dossiers. Op 14 november 2022 heeft eiseres een aantal documenten ontvangen. Bij brief van 23 november 2022 heeft eiseres gereageerd op de door verweerder toegezonden documenten en gesteld dat niet alle gevraagde documenten zijn verstrekt. Met dezelfde brief van 23 november 2022 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiseres beroep ingesteld.
Is de bestuursrechter bevoegd om van het beroep kennis te nemen?
3. De bestuursrechter van de rechtbank moet onderzoeken of zij bevoegd is om van een beroep kennis te nemen. Daarvoor moet worden beoordeeld of het beroep is gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit. [2] Het uitblijven van een besluit is op grond van de wet aan een besluit gelijkgesteld. [3]
4.
De rechtbank vat het verzoek van eiseres op als een verzoek om inzage op grond van artikel 7.3.17 van de Jeugdwet. Op grond van dat artikel kan verweerder niet worden aangemerkt als een bestuursorgaan. [4] Dat betekent dat nu verweerder, NiCare, niet als een bestuursorgaan kan worden aangemerkt, er geen besluit is genomen in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb zodat beroep niet tot de mogelijkheden behoort. [5]
5. De bestuursrechter verklaart zich om die reden onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Eiseres kan zich tot de civiele rechter wenden. [6]
6. Van eiseres is geen griffierecht geheven.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van
M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
29 september 2023
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: B

Voetnoten

1.artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb
3.artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb
4.ECLI:NL:RVS:2018:983, punt 4, eerste alinea
6.informatie hierover is te vinden op www.rechtspraak.nl