Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding onderzoek Carlota
.
3.Tenlastelegging
4.Voorvragen
onder bSr) geldt dat dit een klachtdelict is. Dat betekent dat dit misdrijf alleen vervolgbaar is op klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd. De rechtbank stelt vast dat door of namens voornoemde kinderen geen klacht is genoteerd. Uit de aangiften van de ouder(s) van de betreffende kinderen blijkt echter onmiskenbaar dat zij willen dat verdachte wordt vervolgd. [2] Dit leidt tot het oordeel dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging.
5.Waardering van het bewijs
relevante interactieontbreekt.
“Laatste kans, Stuurje meer?, Nu per direct, Of k duw op poste, Is goed jou keuze, Kies maarrrrrrrrr, Oke keuze gemaakt, Ga ze voorje online zette, Krijgje vast een hoop nieuwe vriensjes”
. [144] Na het dreigen met posten heeft kind 10 wederom naakt beeldmateriaal van zichzelf aan verdachte gestuurd. Dit wordt ondersteund door het feit dat het aangetroffen beeldmateriaal is vervaardigd tot en met 14 augustus 2021 en derhalve na voornoemd dreigement op 6 augustus 2021. Verder heeft kind 10 verklaard dat zij door de dreigementen van verdachte geen “nee” durfde te zeggen. Zij is hierdoor eveneens door verdachte gedwongen om met hem in contact te blijven. Uit de hiervoor genoemde zinsnede “Je klasgenoten en zo” leidt de rechtbank af dat verdachte daarmee doelt op de vrienden of vriendinnen van kind 10.
- externe harddisk Toshiba (goednummer 6167426);
- externe harddisk UltraMy Passport (goednummer 6167439;
- externe harddisk Western Digital (goednummer 6167441);
- externe harddisk Western Digital (goednummer 6167442);
- laptop Acer (goednummer 6167445).
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van de feiten
plegen van ontuchtige handelingen” ten laste gelegd. Voor zaak B feit 8 is niet het voor een bewezenverklaring van artikel 248a Wetboek van Strafrecht vereiste “
bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden” tenlastegelegd.
tenzijzij van oordeel is dat sprake is van een evidente schrijffout en de tenlastelegging verbeterd kan worden gelezen.
ontucht heeft gepleegd met’kind 12. Het bestanddeel “ontucht plegen met” is echter niet in de tenlastelegging van feit 7 (zaak B) noch in de bewezenverklaring opgenomen.
opzettelijke bewegen van kind 12 tot het plegen van ontuchtige handelingen’ nu hij kort gezegd nu hij kort gezegd [204] seksueel getinte chatgesprekken met kind 12 heeft gevoerd en haar heeft aangespoord ontuchtige handelingen te verrichten en deze te filmen. Eveneens blijkt dat zij het gewenste beeldmateriaal aan hem heeft gestuurd en aan hem heeft laten zien.
’ontucht heeft gepleegd met’ kind 12. Steun hiervoor vindt de rechtbank ook in de overige bewoordingen van de tenlastelegging, voor zover relevant:
“ontuchtige handelingen heeft gepleegd” zijn weggevallen. De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging op dit punt een kennelijke misslag bevat en zal de tenlastelegging daarom op dit punt verbeterd lezen. De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
8.De strafbaarheid van verdachte
- i) een persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en borderline trekken;
- ii) een verslavingsstoornis in het gebruik van middelen en een verslaving aan internet en sociale media en
- iii) een pedofiele stoornis.
volledigkunnen worden verklaard door zijn cocaïnegebruik.
9.Motivering van de straf en maatregelen
steedsweer zijn eigen behoefte vooropgesteld. Zelfs een stopgesprek met de politie (of zoals verdachte dacht een gesprek met de vader van één van de kinderen) heeft verdachte niet kunnen doen stoppen. Zijn strafbare handelen is pas gestopt na aanhouding door de politie. Ook dit weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.
10.Beslag
11.Vorderingen van de benadeelde partijen
Schadevergoedingsmaatregel
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
ontslaat verdachte van alle rechtsvervolgingvoor dit feit.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
5 (vijf) jaar.
ter beschikking gesteldzal worden en beveelt dat hij van
overheidswege verpleegdzal worden.
afen aan vergoeding van immateriële schade toe tot een bedrag van
€ 2.500,-(tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 23 december 2021, tot aan de dag van de voldoening.
te betalen aan de Staat € 2.500,-(tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (23 december 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
afen aan vergoeding van immateriële schade
toe tot een bedrag van € 4.000,-(zegge: vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 juni 2021) tot aan de dag van de voldoening.
te betalen aan de Staat € 4.000,-(zegge: vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 juni 2021) tot aan de dag van de voldoening.
afen aan vergoeding van immateriële schade
toe tot een bedrag van € 2.500,-(zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) , te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 oktober 2020) tot aan de dag van de voldoening.
te betalen aan de Staat € 2.500,-(zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (24 oktober 2020) tot aan de dag van de voldoening.
toetot een bedrag van
€ 131,67(zegge: achtenzestig euro en zevenennegentig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en
€ 2.500,-(zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 september 2022 (materieel) en 31 juli 2021 (immaterieel)) tot aan de dag van de voldoening. De rest van de vordering aan materiële schade wordt afgewezen.
te betalen aan de Staat € 2.631,67(zegge: tweeduizend zeshonderd eenendertig euro en zevenenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 september 2022 (materieel) en 31 juli 2021 (immaterieel)) tot aan de dag van de voldoening.
afen aan vergoeding van immateriële schade
toe tot een bedrag van € 4.000,-(zegge: vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 februari 2022) tot aan de dag van de voldoening.
te betalen aan de Staat € 4.000,-(zegge: vierduizend euro) , te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 februari 2022) tot aan de dag van de voldoening.
afen aan vergoeding van immateriële schade
toe tot een bedrag van € 2.500,-(zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 april 2021) tot aan de dag van de voldoening.
te betalen aan de Staat € 2.500,-(zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 april 2021) tot aan de dag van de voldoening.