In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en opnieuw recht gedaan in een zaak van verkrachting met geweld op 18 mei 2016 te Zaandam.
De verdachte werd beschuldigd van het met geweld dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen, waaronder penetratie, waarbij het slachtoffer letsel opliep. Het hof achtte de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar en ondersteund door getuigenverklaringen, forensisch DNA-onderzoek en medisch vastgestelde letsels.
De verdediging voerde aan dat sprake was van vrijwillige seksuele omgang, maar het hof verwierp dit en oordeelde dat het bewezenverklaarde strafbaar was. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden, met aftrek van voorarrest, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €20.000 aan het slachtoffer toegewezen wegens de ernstige psychische en lichamelijke gevolgen. Materiële schade en proceskosten werden grotendeels afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag en procedurele beperkingen.
Het hof legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde de wettelijke rente vanaf de datum van het delict.