ECLI:NL:RBAMS:2023:6396
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslagaanvraag wegens verblijf kind bij andere ouder
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor kinderbijslag voor zijn zoon vanaf het vierde kwartaal van 2021. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft de aanvraag afgewezen omdat het kind niet tot het huishouden van eiser behoort, maar tot dat van de ex-partner van eiser, aangezien het kind niet minimaal vier nachten per week bij eiser verblijft.
Eiser stelde dat zijn zoon regelmatig van vrijdagmiddag tot maandagochtend en tijdens vakanties bij hem verblijft, en dat er periodes waren waarin het kind ook doordeweeks bij hem verbleef, onder meer tijdens de coronaperiode en vanaf oktober 2021 om de week doordeweeks. De rechtbank overwoog dat het begrip 'tot het huishouden behoren' inhoudt dat het kind het merendeel van de nachten (minimaal vier per week) bij een ouder verblijft.
De rechtbank constateerde dat er geen overeenkomst of rechterlijke beschikking bestaat over het verblijf van het kind. De feitelijke situatie is dat het kind doorgaans drie nachten per week bij eiser verblijft en de overige nachten bij de ex-partner. De enkele stelling van eiser dat het kind om de week doordeweeks bij hem verbleef, werd onvoldoende onderbouwd, mede omdat de overgelegde OV-gegevens slechts vijf maanden beslaan en niet aantonen dat deze situatie langer dan zes maanden bestond.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat een nieuwe bestendige situatie is ontstaan waarin het kind tot zijn huishouden behoort. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de kinderbijslag toegekend aan de ex-partner van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het kind het merendeel van de nachten bij de ex-partner verblijft en eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt.