Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar aanvraag voor een urgentieverklaring af te wijzen. De aanvraag werd aanvankelijk op 8 april 2022 geweigerd en dit besluit werd op bezwaar op 18 juli 2022 gehandhaafd. Eiseres heeft tijdens de zitting verklaard inmiddels een woning te hebben, maar blijft belang houden vanwege haar verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is, omdat eiseres niet voldoet aan de vereiste vier jaar regiobinding in Amsterdam. Eiseres was pas sinds 13 maart 2020 ingeschreven in Amsterdam, terwijl zij daarvoor in een andere gemeente stond ingeschreven. De gewijzigde huisvestingsverordening per 1 januari 2021 stelt een bindingseis van vier jaar, welke op eiseres van toepassing is. Communicatie over een eerdere termijn van twee jaar is niet onderbouwd.
Daarnaast slaagt het beroep niet op grond van de hardheidsclausule, ondanks de moeilijke persoonlijke situatie van eiseres en haar minderjarige kinderen. De rechtbank acht de situatie niet schrijnend genoeg om urgentie te verlenen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Het bestreden besluit blijft in stand.