ECLI:NL:RVS:2023:2010
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens niet voldoen regiobinding en ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Een alleenstaande moeder uit Suriname, woonachtig in Amsterdam sinds 4 oktober 2018, vroeg op 3 juli 2021 een urgentieverklaring aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college wees de aanvraag af op grond van twee weigeringsgronden: zij voldeed niet aan de regiobindingseis van vier jaar woonachtig zijn in Amsterdam en er was geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem omdat zij bij kennissen woonde.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de aanvrager tegen deze afwijzing ongegrond. De aanvrager stelde in hoger beroep dat de regiobindingseis niet alleen op basis van inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) moet worden beoordeeld, maar ook op basis van feitelijke omstandigheden. Daarnaast voerde zij aan dat de ernst van haar situatie ook na de aanvraag in aanmerking genomen moest worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 duidelijk voorschrijft dat de regiobindingseis wordt vastgesteld op basis van de inschrijving in de BRP en dat de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep hier niet op van toepassing is. Tevens is het college bevoegd om de urgentie te weigeren indien geen urgent huisvestingsprobleem bestaat, hetgeen hier het geval was omdat de aanvrager bij kennissen woonde op het moment van het besluit. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de situatie niet uitzonderlijk was.
Daarmee is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.