In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of de aanslagen rioolheffing eigenaar voor een niet-woning terecht en correct waren opgelegd aan eiser, eigenaar van een opslagunit binnen een complex te Amsterdam.
Eiser betoogde dat de aanslagen onterecht waren omdat de rioolheffing volgens hem aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het gehele complex had moeten worden opgelegd, aangezien er slechts één hoofdwater- en rioolaansluiting op het adres aanwezig is. Tevens voerde hij aan dat de aanslagen buitensporig hoog waren en niet in verhouding stonden tot het daadwerkelijke waterverbruik.
De rechtbank stelde vast dat de rioolheffing wordt geheven op grond van de Gemeentewet en de gemeentelijke Verordeningen Rioolheffing, waarbij een perceel civielrechtelijk wordt opgevat als een zelfstandige zaak. De opslagunit van eiser is een afzonderlijk appartementsrecht met een eigen waterleiding indirect aangesloten op de gemeentelijke riolering. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de aanslagen terecht aan eiser heeft opgelegd als eigenaar van een afzonderlijk perceel.
Ten aanzien van de hoogte van de aanslag oordeelde de rechtbank dat de gemeenteraad bevoegd is de tarieven vast te stellen en dat het vaste tarief per perceel niet onredelijk is, ook al is het niet gerelateerd aan het daadwerkelijke waterverbruik. Er was geen sprake van willekeur of onredelijkheid die de wetgever niet voor ogen had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde eiser tot betaling van de aanslagen zonder toekenning van proceskosten of griffierecht.