ECLI:NL:HR:2021:34
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over precariobelasting en verwijst zaak terug voor beoordeling belangenafweging
De zaak betreft een cassatieberoep van de heffingsambtenaar tegen een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden over de precariobelasting die aan een ijsco-venter met vaste standplaatsvergunning in de gemeente Epe is opgelegd voor de jaren 2016 en 2017.
De gemeente had in 2015 een maximumtarief van 300% van het dagdeeltarief gehanteerd, maar deze maximering in 2016 en 2017 laten vervallen, wat leidde tot hogere aanslagen. Het Hof oordeelde dat de gemeente belanghebbende vooraf had moeten informeren over de tariefwijziging vanwege het zorgvuldigheidsbeginsel en matigde daarom de aanslagen voor 2016, maar niet voor 2017.
De Hoge Raad stelt dat de gemeente aan haar publicatieplicht heeft voldaan door de verordening elektronisch bekend te maken en dat er geen individuele informatieplicht bestaat. Het oordeel van het Hof hierover is onjuist. Wel verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch om te beoordelen of de gemeente bij het vervallen van de maximering de gerechtvaardigde belangen van vergunninghouders voldoende heeft meegewogen.
De Hoge Raad verklaart het principale cassatieberoep gegrond, het incidentele beroep ongegrond, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.