Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
Omvang van het geschil
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van een advocatenkantoor tegen een cliënt tot betaling van openstaande declaraties voor juridische werkzaamheden rondom een echtscheidingsprocedure.
De rechtbank oordeelt dat het kostenbeding in de overeenkomst, dat enkel een uurtarief vermeldt zonder duidelijke raming van de totale kosten, niet voldoet aan het transparantievereiste uit de Richtlijn oneerlijke bedingen. De mededeling 'reken op een ton' was te globaal en mondeling, waardoor de cliënt onvoldoende inzicht had in de financiële gevolgen.
Verder was het maandelijks achteraf declareren met specificatie van uren onvoldoende om aan de informatieplicht te voldoen. Het beding is daardoor ook oneerlijk en vernietigd. Dit leidt ertoe dat de gehele overeenkomst vervalt, omdat een overeenkomst van opdracht zonder loon niet kan bestaan.
De vordering van de advocaat wordt daarom afgewezen en de advocaat wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ziet af van verdere beoordeling van overige stellingen omdat die het resultaat niet kunnen beïnvloeden.
Uitkomst: De vordering van de advocaat tot betaling van declaraties wordt afgewezen wegens een niet-transparant en oneerlijk kostenbeding.