Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
(hierna: de zaak 22-853)
(hierna: de zaak 22-854)
(hierna: de zaak 22-855)
(hierna: de zaak 22-856)
(hierna: de zaak 22-857)
(hierna: de zaak 22-858)
(hierna: de zaak 22-859)
(hierna: de zaak 22-860)
(hierna: de zaak 22-861)
(hierna: de zaak 22-862)
1.[derde] , in zijn hoedanigheid van bij beschikking van8 september 2022 benoemde derde in de zin van artikel 20 Onteigeningwet Pro (Ow) voor wijlen [eiser 11] ,
[eiseres 11],
[derde], in zijn hoedanigheid van bij beschikking van 8 september 2022 benoemde derde in de zin van artikel 20 Ow Pro voor de in Duitsland woonachtige
[eiser 19],
1.[eiser 27] ,
[eiseres 27],
1.[eiser 29.1] ,
[eiser 29.2],
1.[eiser 31] ,
[eiseres 31],
[derde], in zijn hoedanigheid van bij beschikking van
8 september 2022 benoemde derde in de zin van artikel 20 Ow Pro voor de in België woonachtige
[eiser 33],
1.Het verloop van de procedure in de hoofdzaken en in het incident
2.De feiten
11 juli 2016 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Weesp vastgestelde bestemmingsplan “Bloemendalerpolder Weesp ”, de navolgende onroerende zaken ter onteigening aangewezen:
[eiser 18] .
[eiser 25]
[eiser 16] .
Het bestemmingsplan “Bloemendalerpolder Weesp ” maakt het mogelijk dat het zuidelijk deel van de Bloemendalerpolder, waarin de percelen liggen, wordt ontwikkeld tot woningbouwlocatie, groen- en recreatiegebied.
3.Het geschil
in de hoofdzaken en in het incident
4.De beoordeling
in de hoofdzaken en in het incident:
Met alleen een plantsoen kun je als belegger niet cashen”). De grondbezitters verwijzen met name naar de passage “Dus neemt de wethouder nu een rigoureuze stap: hij wil de beleggers uitroken. Dat gaat via een zogeheten onteigeningsprocedure.”. Uit het artikel blijkt niet dat dit een citaat is van de wethouder en door de gemeente is ook betwist dat de wethouder dit heeft gezegd. Hieruit kan dus enkel de opinie van de journalist worden afgeleid en niet het beleid/handelwijze van de gemeente.
5.De beslissing
€ 3.850,00 (drieduizend achthonderdenvijftig euro),
€ 5.600,00 (vijfduizend zeshonderd euro),
€ 7.000,00 (zevenduizend euro),
€ 7.000,00 (zevenduizend euro),
€ 7.000,00 (zevenduizend euro),
€ 5.600,00 (vijfduizend zeshonderd euro),
€ 8.750,00 (achtduizend zevenhonderdenvijftig euro),
€ 5.600,00 (vijfduizend zeshonderd euro),
€ 5.600,00 (vijfduizend zeshonderd euro),
24 mei 2023en verwijst de zaak daartoe naar de rol van die datum,