Op 7 oktober 2023 heeft verdachte te Amsterdam twee telefoons (iPhones) gestolen van twee verschillende slachtoffers. De rechtbank achtte beide diefstallen bewezen op basis van aangiften, camerabeelden, politieprocessen-verbaal, getuigenverklaringen en de eigen verklaring van verdachte, die de feiten niet ontkende.
De diefstallen werden gepleegd binnen een korte tijdsperiode, waarbij het eerste slachtoffer weerloos op de grond lag en het tweede slachtoffer werd benaderd met opdringerig en handtastelijk gedrag. Verdachte handelde doelbewust en zonder respect voor andermans eigendom, met als motief financieel gewin. Verdachte toonde geen inzicht in de ernst van zijn handelen en probeerde de schuld buiten zichzelf te leggen.
De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte, waaruit recente veroordelingen voor vermogensdelicten blijken, maar oordeelde dat er geen sprake is van veelvuldige recidive. Gezien de omstandigheden en het toekomstperspectief van verdachte besloot de rechtbank af te wijken van de eis van zes maanden gevangenisstraf en legde een straf van vijf maanden op.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af, omdat er al een zitting gepland stond over de overtreding van de bijzondere voorwaarden. De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.