Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoekster] , te [woonplaats] , eiseres en verzoekster (hierna: verzoekster)
Procesverloop
Overwegingen
[datum 2] 2023 is verzoekster bevallen van een dochter.
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster, die sinds december 2022 dakloos is en recent bevallen is van een dochter, vroeg een urgentieverklaring aan bij de gemeente Amsterdam. Deze werd afgewezen omdat zij het huisvestingsprobleem redelijkerwijs had kunnen voorkomen door een gezin te stichten zonder passende woonruimte. Verzoekster stelde dat de afwijzing onterecht was, onder meer vanwege de onvoorziene zwangerschap en de medische en sociale gevolgen van dakloosheid voor haar en haar kind.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het primaire en bestreden besluit terecht waren gebaseerd op de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, die een zelfstandige weigeringsgrond bevat voor situaties waarin het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden. Wel stelde de rechter vast dat de gemeente onvoldoende gemotiveerd had of en hoe de belangen van het minderjarige kind waren meegewogen, terwijl internationale verdragen zoals het IVRK en EVRM daartoe verplichten.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de gemeente opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin expliciet de belangen van het kind worden betrokken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep al inhoudelijk was behandeld. Verzoekster kreeg vergoeding van griffierechten en proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen waarin de belangen van het kind worden meegewogen.