Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Szczecin, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 januari 2024 het verzoek tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit. De opgeëiste persoon was aanwezig en werd bijgestaan door een advocaat en tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen en sloot het onderzoek met een geplande uitspraak op 1 februari 2024.
Na verzoek van de raadsvrouw werd het onderzoek heropend om informatie over een mogelijke intrekking van het EAB af te wachten. Op 6 februari 2024 werd door de Poolse autoriteit meegedeeld dat het EAB was ingetrokken omdat de opgeëiste persoon inmiddels in voorlopige hechtenis in Polen was genomen.
De raadsvrouw stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vordering tot in behandeling neming van het EAB. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk omdat de grondslag van de vordering was komen te vervallen door de intrekking van het EAB.
De rechtbank stelde tevens vast dat de geschorste overleveringsdetentie was beëindigd. De uitspraak werd gedaan op 22 februari 2024 en is onherroepelijk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.