Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
the Regional Court in Bydgoszcz.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regionale Rechtbank in Bydgoszcz, Polen. De opgeëiste persoon was niet verschenen op de zitting en de advocaat gaf aan geen contact meer te hebben met zijn cliënt, noch te weten waar deze verbleef.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn voor het overleveringsverzoek was verstreken, maar dat dit de verplichting tot beslissing niet wegneemt. Cruciaal was dat niet was gebleken dat de opgeëiste persoon kennis had kunnen nemen van de vordering en de bijbehorende stukken zoals vereist in artikel 23, derde lid, van de Overleveringswet (OLW). De officier van justitie had meerdere pogingen gedaan tot betekening, maar zonder succes.
Gezien het ontbreken van een geldige betekening en het feit dat geen indicaties bestonden dat een nadere betekening alsnog zou slagen, oordeelde de rechtbank dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in haar vordering. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 20 december 2023 en staat geen gewoon rechtsmiddel toe.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van betekening aan de opgeëiste persoon.