TotalEnergies Marketing Nederland N.V. heeft beroep ingesteld tegen de door de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan haar verleende vergunning voor vier energielaadpunten bij een benzinestation langs de rijksweg in Lelystad. De vergunning werd verleend met een beperkte geldigheidsduur tot 17 november 2031, korter dan de eerder verleende vergunning tot eind 2034.
De minister baseerde de beperking op de Tijdelijke beleidsregel van december 2022, die onder meer een vergunningenstop voor laadpunten op verzorgingsplaatsen bevat en de geldigheidsduur beperkt tot de looptijd van bestaande vergunningen of huurovereenkomsten. Total stelde dat de beperking onredelijk was, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en dat de minister te laat had beslist, waardoor zij onnodig werd benadeeld.
De rechtbank oordeelt dat de Tijdelijke beleidsregel niet kennelijk onredelijk is en dat de minister de vergunning in redelijkheid heeft kunnen beperken. De rechtbank wijst erop dat Total de nieuwe aanvraag heeft ingediend vanwege geconstateerde overtredingen en dat de beleidsregel op die aanvraag van toepassing is. Ook is geen bijzondere omstandigheid vastgesteld die het rechtszekerheidsbeginsel zou schenden of een eerdere beslissing zou vereisen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en Total krijgt haar proceskosten en griffierecht niet vergoed. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 19 maart 2024.