ECLI:NL:RVS:2019:433
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning na negatief Bibob-advies
Appellant, eigenaar van een pand in Eindhoven, had via een rechtspersoon een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een extra appartement. Het college vroeg een Bibob-advies aan, dat negatief uitviel. Op grond hiervan trok het college de eerder verleende vergunning in.
Appellant voerde aan dat de intrekking niet was toegestaan op basis van het Bibob-advies, verwijzend naar de beleidsregel van 2014 die een limitatieve opsomming bevatte van intrekkingsgronden. Hij stelde dat de latere beleidswijziging hem in een slechtere rechtspositie bracht, en dat het recht op het moment van het besluit van 18 november 2016 moest worden toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat bij het besluit op bezwaar het recht geldt zoals dat op dat moment geldt, ook voor beleidsregels, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant gaf aan dat zulke omstandigheden niet aanwezig waren. De rechtbank had dan ook terecht het college toegestaan het nieuwe beleid toe te passen en de vergunning in te trekken op grond van het negatieve Bibob-advies.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de omgevingsvergunning bevestigd.