Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Heemstede, eiser
[werkgever 1]( [werkgever 1] . ), te Amstelveen, de voormalig werkgever. [werkgever 1] . heeft te kennen gegeven uitsluitend een kopie van de uitspraak te willen ontvangen.
Inleiding
.
De procedure tot nu toe
Beoordeling door de rechtbank
kanhebben voor de premieverplichtingen van de werkgever. Het enkele feit dat een werkgever als categoraal belanghebbende heeft te gelden, brengt niet mee dat hij ook moet worden geacht een concreet procesbelang te hebben bij het maken van bezwaar of het instellen van beroep dan wel hoger beroep. Dit volgt eveneens uit vaste rechtspraak. Nu [werkgever 1] . is aangemerkt als categoraal belanghebbende (of ze nu wel of niet procesbelang heeft) zal de rechtbank haar als derde-partij aanmerken en haar deze uitspraak doen toekomen. Voor zover eiser van de administratie van de rechtbank heeft begrepen dat [werkgever 1] . geen belanghebbende is, maakt dat de zaak niet anders, omdat dat geen afbreuk aan het recht van [werkgever 1] . kan doen om een kopie van de uitspraak te ontvangen.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluiten I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de wettelijke rente over het na te betalen bedrag aan WIA-uitkering;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 210,40 aan proceskosten aan eiser;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van schade tot een bedrag van