ECLI:NL:RBAMS:2024:3537
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning en last onder dwangsom bewoning tuinhuis wegens onvoldoende motivering en strijd met gelijkheidsbeginsel
Eiseres vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bewonen van een tuinhuis in haar tuin, welke door het college werd geweigerd. Tevens legde het college een last onder dwangsom op om de bewoning te staken, wat eiseres betwistte. De rechtbank constateerde in een tussenuitspraak dat beide besluiten gebreken vertoonden en gaf het college de gelegenheid deze te herstellen.
Na nadere motivering en een nieuw besluit bleef de rechtbank van oordeel dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de weigering van de omgevingsvergunning niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Ook was onvoldoende onderbouwd dat het handhavend optreden tegen de bewoning past binnen een consistent bestuursbeleid, mede gezien vergelijkbare situaties in de omgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke weigeringbesluit niet-ontvankelijk omdat dit besluit was vervangen, maar verklaarde de beroepen tegen het handhavingsbesluit en het nieuwe weigeringbesluit gegrond. De besluiten werden vernietigd en het college werd opgedragen binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd de last onder dwangsom geschorst en werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van het college en draagt op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen, met schorsing van de last onder dwangsom.