Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 september 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit Amsterdam, verzoeker
de burgemeester van Amsterdam, verweerder
Inleiding
20 augustus 2024 voor de duur van drie maanden gesloten.
Rechtbank Amsterdam
De burgemeester van Amsterdam heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning voor drie maanden gesloten vanwege de aanwezigheid van een grote hoeveelheid soft- en harddrugs, waaronder cocaïne, hasj, XTC en andere middelen, alsmede attributen die duiden op handel. Verzoeker, huurder van de woning, maakte bezwaar en verzocht om opschorting van de sluiting.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 augustus 2024 behandeld en beoordeelt dat de bevoegdheid tot sluiting niet wordt betwist en gegrond is gezien de aangetroffen handelshoeveelheden. De noodzaak tot sluiting wordt bevestigd omdat het doel is het drugscircuit te ontwrichten en de openbare orde te herstellen, ook al is geen directe overlast of 'loop' vastgesteld.
De voorzieningenrechter acht de duur en gevolgen van de sluiting evenwichtig, waarbij het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het belang van verzoeker bij behoud van de woning. Ook de belangen van de minderjarige kinderen, die elders verblijven, wegen niet zwaarder. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen.