In deze civiele procedure vordert eiser 1, namens zichzelf en als erfgenaam van de overleden contractant, vernietiging van een effectenleaseovereenkomst met Dexia Nederland B.V. Eiser 2, broer van eiser 1, wordt toegelaten als mede-erfgenaam en partij in de procedure. Dexia betwist de bevoegdheid van eiser 1 niet, maar voert geen inhoudelijke verweren tegen de voeging.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot voeging van eiser 2 gegrond is, omdat hij als mede-erfgenaam belang heeft bij de procedure. Vervolgens wordt vastgesteld dat door het overlijden van de contractant het belang van eiser 1 c.s. bij doorhaling van de registratie bij het BKR is komen te vervallen. De overeenkomst wordt vernietigd en Dexia wordt veroordeeld tot betaling van €8.341,96 plus wettelijke rente aan eiser 1 c.s.
Daarnaast worden de proceskosten ten laste van Dexia gebracht en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De procedurekosten worden begroot op €888,03 en de veroordeling tot betaling hiervan is eveneens opgelegd. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.