ECLI:NL:RBAMS:2024:6345
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs bij diefstal met geweld en afpersing
Op 28 februari 2024 werd verdachte beschuldigd van diefstal met geweld en subsidiair afpersing in Amsterdam. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor diefstal met geweld maar stelde dat afpersing bewezen kon worden. Verdachte ontkende vanaf het begin en zijn raadsman betoogde dat het signalement onvoldoende specifiek was en dat er geen camerabeelden of directe getuigenverklaringen waren.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte als dader aan te wijzen. De herkenning door aangeefster en getuige was niet onafhankelijk, omdat de verbalisant sturend vroeg of verdachte bij de groep hoorde die aan het signalement voldeed. Ook was de jas van verdachte niet overeenkomstig het door getuige beschreven kledingstuk. Bovendien werden de gestolen goederen niet bij verdachte aangetroffen bij zijn aanhouding.
Daarnaast wees de rechtbank een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf af, omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en beïnvloede herkenning.