Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[klager],
Feiten
Alleen de documenten/bestanden ('digitale sporen') waarvan na onderzoek duidelijk was dat het geen geheimhoudersinformatie betrof zijn aan het onderzoeksteam ter beschikking gesteld.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In een fraudeonderzoek waarbij digitale gegevensdragers in beslag zijn genomen en uitgegrijsd, heeft klager een beklag ingediend tegen de voortduring van de inbeslagneming, kennisneming en het gebruik van deze gegevens. De rechtbank oordeelt dat klager ontvankelijk is in zijn beklag, ondanks de stelling van het Openbaar Ministerie dat de termijn voor het indienen van het klaagschrift was verstreken en dat klager geen verschoningsgerechtigde is.
De rechtbank analyseert de juridische kaders, waaronder de jurisprudentie van de Hoge Raad over de waarborgen bij het uitgrijzen van gegevens. De rechtbank constateert dat de huidige proces-verbalen onvoldoende inzicht geven in de wijze waarop is gewaarborgd dat betrokkenen bij het opsporingsonderzoek geen toegang hebben tot de uitgegrijsde gegevens.
Daarom besluit de rechtbank het onderzoek te heropenen en verzoekt de officier van justitie om uiterlijk 27 oktober 2024 een schriftelijke toelichting te geven over de waarborging van de ontoegankelijkheid van de gegevens. Klager krijgt vervolgens de gelegenheid om hier schriftelijk op te reageren.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en verzoekt de officier van justitie om een schriftelijke toelichting over de waarborging van de ontoegankelijkheid van de uitgegrijsde gegevens.