Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar AOW-pensioen door de Sociale verzekeringsbank, waarbij haar uitkering werd aangepast van alleenstaande naar gehuwdennorm. De herziening volgde op een onderzoek met huisbezoek en gesprekken, waarbij werd vastgesteld dat eiseres en [naam] een gezamenlijke huishouding voeren.
De rechtbank beoordeelde het huisvestingscriterium en het zorgcriterium, de twee objectieve criteria voor gezamenlijke huishouding volgens vaste rechtspraak. Uit verklaringen van [naam], die ondertekend zijn, blijkt dat hij zijn hoofdverblijf voert op het adres van eiseres sinds mei 2022. De rechtbank achtte deze verklaringen betrouwbaar en vond geen aanleiding voor aanvullend onderzoek.
Daarnaast is vastgesteld dat er sprake is van wederzijdse zorg, onder meer door gezamenlijke boodschappen, gezamenlijke maaltijden, vakanties en huishoudelijke taken. Ondanks dat sommige lasten gescheiden worden betaald, leidt dit niet tot het ontbreken van een gezamenlijke huishouding.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het AOW-pensioen heeft herzien naar de gehuwdennorm en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.