ECLI:NL:RBAMS:2024:7334

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
29 november 2024
Zaaknummer
13/335598-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor uitbreiding vervolging overgeleverde persoon uit Duitsland

De rechtbank Amsterdam heeft op 13 november 2024 een verzoek van het Amtsgericht Aurich beoordeeld om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon uit Duitsland. Dit verzoek is ingediend op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet (OLW) en betreft strafbare feiten waarvoor aanvankelijk geen overlevering plaatsvond.

De rechtbank stelde vast dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 8 van Pro het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en dat de stukken toereikend zijn om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging. Het hoorrecht van de overgeleverde persoon is geëerbiedigd, aangezien deze tijdens een zitting bij het Amtsgericht Aurich op 20 augustus 2024 de gelegenheid heeft gehad om opmerkingen en bezwaren te uiten over het verzoek tot aanvullende toestemming, maar heeft verklaard geen afstand te doen van het specialiteitsprincipe.

Op basis van deze feiten heeft de rechtbank het verzoek toegewezen en toestemming verleend voor de uitbreiding van de vervolging van de overgeleverde persoon voor de strafbare feiten zoals vermeld in het verzoek. De beslissing is genomen door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van de vervolging van de overgeleverde persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/335598-24
Datum beslissing: 13 november 2024
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 22 oktober 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het
Amtsgericht Aurich(Duitsland) op 9 augustus 2024 en betreft:
[overgeleverde persoon],
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] (Duitsland),
momenteel gedetineerd in [detentieadres],
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
Hoorrecht
Vereist is dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021. [1]
In een proces-verbaal van een zitting bij het
Amtsgericht Aurichvan 20 augustus 2024, waar verdachte aanwezig is geweest, is het volgende te lezen:
“De beschuldigde werd erop gewezen dat hij tot nu toe geen verklaring betreffende het specialiteitsprincipe (§ 83h IRG) heeft afgelegd. Hij werd erop gewezen dat - nadat een afstand van het specialiteitsprincipe door hem niet werd verklaard – de Nederlandse autoriteiten verzocht zullen worden om toestemming te verlenen voor wat betreft de vervolging van de strafbare feiten alhier, dienaangaande aanvankelijk geen overlevering plaatshad.
Hij kreeg gelegenheid om zijn opmerkingen en bezwaren met het oog op de aanvraag betreffende de aanvullende toestemming te uiten.
Voorts verklaarde de beschuldigde:
Ik wens geen verklaring te maken betreffende de afstand van het specialiteitsprincipe.”
Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het hoorrecht geëerbiedigd is.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank
verleentop grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW
toestemmingvoor uitbreiding van de vervolging van
[overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 13 november 2024 door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. M.E.M. James-Pater en D.A. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier.

Voetnoten

1.Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.