De rechtbank Amsterdam heeft op 18 december 2024 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Tsjechië. De opgeëiste persoon, geboren in 1988 en van Tsjechische nationaliteit, werd niet persoonlijk gehoord maar vertegenwoordigd door zijn advocaat.
In eerdere tussenuitspraak van 27 november 2024 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag van het EAB, de strafbaarheid van het feit en mogelijke weigeringsgronden. Nadere informatie verkregen in een gerelateerde zaak maakte het mogelijk om in alle vier de overleveringszaken tegen de opgeëiste persoon tegelijk een einduitspraak te doen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (artikelen 2, 5 en 7 OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn die overlevering in de weg staan. Daarom is besloten de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform artikel 29, tweede lid, OLW.