Op 5 augustus 2024 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen bij dezelfde Albert Heijn supermarkt in Amsterdam. De rechtbank acht bewezen dat verdachte spareribs, wasverzachter, vruchtensap en een boodschappentas heeft weggenomen met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen. De diefstal van vleeswaren werd niet bewezen verklaard.
Verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting van 15 november 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies waarin een hoge recidivekans en instabiele levensomstandigheden werden gesignaleerd, evenals het feit dat verdachte geen verblijfsrecht meer heeft in Nederland en inmiddels vrijwillig naar Portugal is teruggekeerd.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 91 dagen, terwijl de verdediging een straf gelijk aan het voorarrest verzocht. Gezien de ernst van het feit, het strafblad en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 3 maanden op, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank achtte verdere detentie niet noodzakelijk omdat verdachte inmiddels naar Portugal is teruggekeerd.
De rechtbank verklaarde het bewezen geachte strafbaar en veroordeelde verdachte tot de opgelegde straf. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 15 november 2024.