Uitspraak
1.DE ZAAK IN HET KORT
2.VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- Brief van 28 mei 2024 met producties 32 t/m 41 van de zijde van [verzoeker] ;
- Akte van 1 juli 2024 van de zijde van Nationale Nederlanden.
Rechtbank Amsterdam
Eiser is slachtoffer geworden van een eenzijdig verkeersongeval waarbij hij kneuzingen opliep. Hij verzocht de kantonrechter om een slotuitkering van € 11.250,- en een bijstandsgarantie van de verzekeraar Nationale Nederlanden. De verzekeraar erkende aansprakelijkheid, maar betwistte het causaal verband tussen het ongeval en het verlies van de bijstandsuitkering.
De kantonrechter overwoog dat het verzoek om de slotuitkering te verkrijgen niet als deelgeschil kan worden aangemerkt en wees dit af. Het verzoek tot verstrekking van een bijstandsgarantie werd inhoudelijk beoordeeld. Medische adviezen stelden dat de klachten van eiser van tijdelijke aard waren en dat een deel van de klachten niet aan het ongeval gerelateerd was. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat het verlies van de bijstandsuitkering aan het ongeval te wijten was.
De kantonrechter oordeelde dat het verlies van de bijstandsuitkering geen schade is die aan de verzekeraar kan worden toegerekend. Het verzoek tot bijstandsgarantie werd daarom afgewezen. Wel werden de kosten van de deelgeschilprocedure, inclusief redelijke rechtsbijstandskosten, reiskosten en griffierechten, toegewezen aan eiser en veroordeling van de verzekeraar tot betaling daarvan uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot slotuitkering en bijstandsgarantie wordt afgewezen, maar de verzekeraar wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.