Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB, uitgevaardigd op 21 maart 2025 door de regionale rechtbank in Radom, betreft de aanhouding en overlevering van de opgeëiste persoon, die in Polen is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van twee jaar. Tijdens de zitting op 20 november 2025 was de opgeëiste persoon aanwezig, bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, en een tolk. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen.
De raadsman voerde aan dat de weigeringsgrond van artikel 12 van de Overleveringswet (OLW) van toepassing was, omdat de opgeëiste persoon niet op de juiste wijze was opgeroepen. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat de opgeëiste persoon op correcte wijze was opgeroepen. De rechtbank oordeelde dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure en dat hij onvoldoende had gedaan om zijn verdedigingsrechten te waarborgen. Daarom werd de overlevering niet geweigerd op basis van artikel 12 OLW.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de eisen van de OLW en dat er geen weigeringsgronden waren die aan de overlevering in de weg stonden. De rechtbank wees het verzoek van de raadsman om aanhouding van de behandeling af en stond de overlevering toe. De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.