13.5Alle redelijke buitengerechtelijke kosten (…) die verhuurder moet maken omdat huurder tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen, zijn voor rekening van huurder.
Onder redelijke buitengerechtelijke kosten worden verstaan de door verhuurder gemaakte advocaatkosten, deurwaarderskosten, kosten van een incassobureau of van een andere derde, te vermeerderen met de door verhuurder zelf gemaakte kosten. Deze kosten worden gesteld op ten minste € 250,- per gebeurtenis of, indien de verplichting waarmee huurder in verzuim is de betaling van een geldsom betreft, 15% van de opeisbaar verschuldigde geldsom met een minimum van € 250,-.
9. Dat eiseres in de praktijk geen beroep doet op deze bedingen, is niet relevant voor de vraag of de in dit geval aan de orde zijnde bedingen eerlijk zijn. De bedingen hadden immers wel ten grondslag gelegd kunnen worden aan de vordering van eiseres, omdat zij rente en buitengerechtelijke kosten vordert.
10. Het beding over buitengerechtelijke incassokosten is oneerlijk, omdat daarin niet (voldoende duidelijk) staat dat de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten) in het geval van een consument moet worden toegepast. Dit kan ertoe leiden dat hogere kosten voor rekening van de consument komen dan wettelijk is toegestaan. Het beding over buitengerechtelijke incassokosten is daarom oneerlijk en wordt vernietigd. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.
11. De afgesproken rente is verder aanzienlijk hoger dan de wettelijke rente. Het rentebeding is daarom oneerlijk en wordt vernietigd. De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen.
12. De vernietiging van het opslagbeding heeft tot gevolg dat alle huurverhogingen die gebaseerd zijn op dit beding komen te vervallen. Dit betekent dat eiseres de huurprijs alleen mocht verhogen op grond van het indexatiebeding. Eiseres heeft een overzicht overgelegd van de geldende CPI gedurende de duur van de huurovereenkomst en de door haar doorgevoerde huurverhogingen. Hieruit volgt:
Indexering
Nieuwe huurprijs
Doorgevoerde verhoging %
CPI %
Opslag %
Toegestane huurprijs o.b.v. alleen CPI
1-7-2021
€ 1.689,60
2,4%
1,89%
0,5%
€ 1.664,69
1-7-2022
€ 1.745,33
3,3%
9,73%
-
€ 1.719,62
1-7-2023
€ 1.816,91
4,1%
4,40%
-
€ 1.790,12
1-7-2024
€ 1.916,84
5,5%
3,09%
2,4%
€ 1.845,44
1-7-2025
€ 1.995,43
4,1%
3,69%
0,4%
€ 1.913,54
13. De huurachterstand betreft de maanden maart 2025 tot en met oktober 2025. Tot ambtshalve verrekening met het eventueel in het verleden door gedaagde teveel betaalde zal niet worden overgegaan (ECLI:NL:HR:2024:1780, overweging 3.4.3.), omdat gedaagde daar zelf om moet vragen. De hoogte van de toewijsbare huurachterstand bedraagt dan (4 maanden x € 1.845,44 + 4 maanden x € 1.913,54 =) € 15.035,92. Gedaagde heeft in totaal € 3.833,68 in deze periode betaald, wat hierop in mindering strekt. Toewijsbaar is dus een bedrag aan huurachterstand van € 11.202,24. 14. Bij de beoordeling of de huurachterstand een ontbinding rechtvaardigt kan wél relevant zijn dat gedaagde in het verleden op grond van het oneerlijke opslagbeding te veel huur heeft betaald. In dit geval is de huurachterstand zo hoog, dat de tekortkoming van gedaagde hoe dan ook de ontbinding rechtvaardigt. Ook na verrekening zou immers een hoge huurachterstand van meer dan drie maanden blijven bestaan.
15. De vordering komt verder niet onrechtmatig of ongegrond voor.