Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Public Prosecution office of the Court of Appeal of Thessaloniki,Griekenland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontvankelijkheid van de officier van justitie in een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De zaak begon met een vordering van de officier van justitie op 30 september 2025 tot behandeling van het EAB, dat was uitgevaardigd door de Griekse autoriteiten op 20 mei 2025. De opgeëiste persoon, geboren in Griekenland in 1965, werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. den Riet, en een tolk tijdens de zitting op 25 november 2025. De rechtbank verlengde de termijn voor uitspraak en beval de gevangenhouding van de opgeëiste persoon, maar schorste dit bevel tot aan de uitspraak.
Tijdens een tussenuitspraak op 9 december 2025 heropende de rechtbank het onderzoek om documenten in de Griekse taal te vertalen en om opheldering te vragen aan de Griekse autoriteiten over de status van de vonnissen. Op 18 december 2025 werd de behandeling voortgezet, maar de opgeëiste persoon was niet aanwezig. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Griekse nationaliteit had. De Griekse autoriteiten hadden per e-mail op 9 december 2025 meegedeeld dat het EAB was ingetrokken.
De officier van justitie en de raadsman stelden dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard, wat de rechtbank bevestigde. De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot behandeling van het EAB en hefte de geschorste overleveringsdetentie op. Deze uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters, en is openbaar uitgesproken op de zitting van 18 december 2025. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform de Overleveringswet.