Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Amtsgericht Oberhausen, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Amtsgericht'Oberhausen van 23 september 2022 met dossiernummer 20 Ls 29/22 vermeldt. Verder blijkt uit het EAB dat bij beslissing van het
‘Amtsgericht’Oberhausen van 27 mei 2025 de voorwaardelijke opschorting, zoals bevolen in het vonnis van 23 september 2022, is herroepen.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
triggerendevonnis van 18 april 2024 moeten worden getoetst aan artikel 12 OLW. Uit het EAB en de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon bij beide procedures in persoon aanwezig is geweest, waardoor artikel 12 OLW niet van toepassing is. De herroepingsbeslissing van 27 mei 2025 valt volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW en hoeft dus niet getoetst te worden. [4]
Amtsgericht’Oberhausen van 27 mei 2025 en is de tenuitvoerlegging van de aanvankelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.
getriggerdis omdat de opgeëiste persoon is veroordeeld voor een nieuw strafbaar feit bij het vonnis van 18 april 2024 van het
Amtsgericht Oberhausen.
Amtsgericht Oberhausenvan
triggerendevonnis van het
Amtsgericht Oberhausenvan 18 april 2024 met dossiernummer 2a Ls 2020 Js 73532/23 blijkt uit de aanvullende informatie van
5.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Oberhausen,Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.