AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens ontbreken vertaling verdedigingsrechten
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 december 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Polen voor de overlevering van een verdachte die een resterende gevangenisstraf van ruim twee jaar moet ondergaan. De verdachte verscheen ter zitting en werd bijgestaan door een advocaat en een Poolse tolk.
De verdediging voerde aan dat overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 OverleveringswetPro (OLW), omdat essentiële informatie over de uitoefening van verdedigingsrechten in hoger beroep niet vertaald was. De officier van justitie stelde dat uit aanvullende Poolse informatie, vertaald via een digitaal programma, bleek dat de verdachte een gemachtigde advocaat had en een adresinstructie ontving, maar erkende dat de officiële vertaling ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het niet aan haar is om zelf de Poolse tekst te vertalen en dat de computervertaling onvoldoende is. Omdat de termijn voor uitspraak naderde en geen verdere zittingsdagen beschikbaar waren, zag de rechtbank geen reden om te wachten op een officiële vertaling. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de verdachte zijn verdedigingsrechten in hoger beroep had kunnen uitoefenen, wat een weigeringsgrond is volgens artikel 12 OLWPro.
De rechtbank concludeerde dat de overlevering geweigerd moet worden en hief de geschorste overleveringsdetentie op. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens het ontbreken van een vertaling over de uitoefening van verdedigingsrechten in hoger beroep.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/186495-25
Datum uitspraak: 24 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 15 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 11 maart 2025 door the Regional Court in Siedlce,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1.Procesgang
Zitting 26 november 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 november 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Zitting 11 december 2025
De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 11 december 2025, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de schorsing van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Zitting 24 december 2025
De behandeling van het EAB is met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 24 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft na sluiting van het onderzoek direct uitspraak gedaan.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een final and binding judgement of the Regional Court in Siedlce dated 14 June 2021met referentie II K 42/17, amended by the judgement of the Appellate Court in Lublin dated 06 March 2024,met referentie II AKa 40/22.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren en acht maanden, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, zeven maanden en negentien dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 6 maart 2024.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLWPro, nu er geen vertaalde informatie is over de vraag of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten in hoger beroep heeft kunnen uitoefenen. Daarnaast is er geen aanleiding om af te zien van de toepassing van de weigeringsgrond.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de Poolse aanvullende informatie van 22 december 2025, die niet is vertaald, blijkt dat in onderdeel d) optie 1b is dikgedrukt waaruit volgt dat de omstandigheid van artikel 12, sub b, OLW zich voordoet. Daarnaast heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) deze aanvullende informatie door een digitaal vertaalprogramma laten vertalen. Uit die vertaling begrijpt het IRC dat de opgeëiste persoon een gemachtigd advocaat had en dat hij een adresinstructie heeft gekregen die ook gold voor het hoger beroep. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat gelet op de adresinstructie kan worden afgezien van toepassing van de weigeringsgrond. Meer subsidiair heeft de officier van justitie verzocht om aanhouding van de zaak tot 29 december 2025 (de dag waarop de 90 dagentermijn verstrijkt) om de officiële vertaling van de aanvullende informatie af te wachten.
De rechtbank overweegt als volgt.
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bisPro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLWPro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4] Uit het EAB en de aanvullende informatie van 5 november 2025 volgt dat er een proces in hoger beroep heeft plaatsgevonden waarbij de zaak ten gronde is behandeld en waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. De rechtbank zal daarom het arrest van 6 maart 2024 van the Appellate Court in Lublinaan artikel 12 OLWPro toetsen.
Er is aanvullende informatie in de Poolse taal ontvangen over het uitoefenen van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon tijdens het proces in hoger beroep dat tot het arrest heeft geleid. Deze aanvullende informatie is, hoewel daartoe ruimschoots de tijd is geboden, niet vertaald naar het Nederlands of Engels. Het is niet aan de rechtbank om deze informatie zelf te vertalen. Evenmin kan worden afgegaan op de door het IRC gegenereerde computervertaling van de informatie. Op grond van het voorgaande en omdat tussen het moment van de zitting en het verstrijken van de negentig-dagen termijn op 29 december 2025 geen zittingsdagen meer beschikbaar zijn, ziet de rechtbank geen aanleiding om een officiële vertaling af te wachten tot 29 december 2025. Nu alleen de Poolse tekst beschikbaar is, kan de rechtbank niet vaststellen of de opgeëiste persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten in hoger beroep. De overlevering zal daarom worden geweigerd.
4.Slotsom
De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLWPro van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.
5.Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2 en 12 OLW.
6.Beslissing
WEIGERTde overlevering van [de opgeëiste persoon]aan the Regional Court in Siedlce(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
HEFT OPde geschorste overleveringsdetentie.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.