ECLI:NL:RBAMS:2025:10897
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Amsterdam wijst Europees aanhoudingsbevel af wegens detentieomstandigheden in Frankrijk
De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten voor een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, die momenteel in Nederland gedetineerd is. De procedure kende meerdere zittingen en tussenuitspraak waarbij het onderzoek herhaaldelijk werd geschorst en de gevangenhouding werd verlengd.
De kern van het geschil betrof de detentieomstandigheden in Frankrijk, die volgens de rechtbank een individueel gevaar voor schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon vormen. Ondanks aanvullende informatie van de Franse autoriteiten over de detentieomstandigheden, waaronder minimale persoonlijke ruimte en buitenluchttoegang, oordeelde de rechtbank dat deze informatie onvoldoende duidelijkheid bood en geen wijziging van omstandigheden betekende.
De rechtbank concludeerde dat het algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling niet kon worden uitgesloten. Daarom werd op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet geen gevolg gegeven aan het EAB, de officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard in de vordering en de overleveringsdetentie werd opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het Europees aanhoudingsbevel af vanwege onvoldoende verbetering van detentieomstandigheden en schending van grondrechten.