ECLI:NL:RBAMS:2025:10897
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van een Europees aanhoudingsbevel wegens detentieomstandigheden
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 17 december 2025 uitspraak gedaan over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Franse autoriteiten. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in 1997, die momenteel gedetineerd is in Nederland. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB in verschillende zittingen besproken, waarbij de detentieomstandigheden in Frankrijk een belangrijk aandachtspunt waren. Tijdens de zittingen op 21 augustus, 1 oktober, 30 oktober en 17 december 2025, heeft de rechtbank de officier van justitie en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon gehoord. De rechtbank heeft herhaaldelijk de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen, terwijl zij ook tussenuitspaken heeft gedaan over de detentieomstandigheden. De rechtbank heeft vastgesteld dat er een individueel gevaar bestaat voor schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon in Frankrijk, wat heeft geleid tot de beslissing om geen gevolg te geven aan het EAB. De rechtbank oordeelde dat de aanvullende informatie van de Franse autoriteiten niet voldoende was om aan te tonen dat de detentieomstandigheden waren verbeterd. Uiteindelijk heeft de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB en de overleveringsdetentie opgeheven.